Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
AANHANGSEL. 237
53. C'est au second (deuxième). — Naar den ouden regel wordt
deuxième gebruikt, waar van meer dan twee wordt gespro-
ken. In den laatsten tijd schijnen echter deuxième en second
meestal zonder onderscheid gebruikt te worden. Volgens
Passy begint deuxiètne het woord second te verdringen,
gelijk tiers door troisième is verdrongen.
54. Vers [les] une heure. — Hierbij merkt Passy op: „Il me
semble qu'il y a une nuance : vers les une heure est
plus indéfini. Peut-être vers une heure est-il plus
commtinT
55. Je suis ici, me voici (me voilà). — Gemeenzaam wordt
meestal voilà voor voici gebruikt, 't Is niet noodzakelijk,
„hier ben ik" altijd, zooals velen meenen, door me voici
{voilà) te vertalen; men kan ook zeggen: Je suis ici, je
suis là. Vgl. Sardou: L'homme! .... Où est l'hommet
La femme! Ou est la femmet La femme, nous la tetions!
L'homme aussi! Elle est là! Il est là! (Divorçons! 182.)
56. Sont-ce tes frères? — Gemeenzaam ook: Est-ce tes frères 1
Est-ce eux? C'est eux. Toch is c'est voor-zelïst. naamw.
meer volkstaal, daarentegen is c'est eux ook bij beschaafden
zeer gebruikelijk. Reeds Bossuet zegt: C'est eux qui ont
bâti ces douze palais (Littré, art. ce). Bij vele nieuwe
schrijvers worden beide voor vulgaire gehouden. Zoo zegt
bij Dumas, Denise, 122, een parvenu: C'est eux qui ont
volontairement forgé leurs chaînes; bij Augier: Effrontés,
3, een bediende: C'est les nouveatix mariés. Bij About,
ook beschaafde personen: C' est les gendarmes (Roi des
Mont., 116); c'est eux (ib. t43). Sommige schrijvers geven
de volkstaal afwisselend weder door c'est eux of door ce
sont eux. Zola bijv. heeft c'est eux (Ass. 5r3, en elders);
doch ce sont des souris (ib. 100, etc.); ce seraient des bétises
(ib. 326). Ook laat hij zelfs een zeer vulgaire persoon zeggen :
ce sont les patrons qui vous dégoiîtent (Assommoir, 331),
wat moeielijk met de werkelijkheid overeenkomen kan, daar
de volkstaal uitsluitend c'est eux schijnt te kennen.
57. Oui, ce sont eux. — Minder vaak ce les sont, hetgeen
meer boekentaal is. Volgens Passy is dit gebruik van le, la.