Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
230 AANHANGSEL.
18. ni [du] vin, ni [du] potage. — Het beste is ni vin ni
potage ; vaak hoort men ook : ni du vin ni du potage.
Men mag ook zeggen : Je ne veux pas de vin ni de potage.
19. du raisin. — Ook wel des raisins, vooral in den zin van
velerlei soorten of groote hoeveelheden, bijv. van koopwaar
of oogst. Voilà de {des) beaux raisins. Des raisins espa-
gnols. Les raisins viennent bien cette année. Wanneer er
echter van eene kleine hoeveelheid, bijv. bij 't eten, sprake
is, wordt meestal aan 't enkelvoud du raisin de voorkeur
gegeven.
20. des petits enfants. — Verg. Vos deux fils ne sont plus des
petits etifants (Malot, La petite Sœur, I, 160).
21. Oui. — Bij Molière: non. Thans zegt men gewoonlijk oui:
Vous n'avez que celai Oui. Als men non antwoordt, betee-
kent dit: Je n'ai pas que ça (dat niet alleen), j'ai encore
autre chose. — Ne pas que, niet slechts. Vgl. bl. 29: il
n'y a pas que la politique au monde. Ne que wordt thans
als positive, bevestigende uitdrukking gevoeld, waarvan dan
7ie pas que de overeenkomstige ontkenning is. Op eene
vraag met ne que antwoordt men daarom met oui (vgl. Kng.
y es of no in antwoord op een vraag met only, zie: Storm,
Engl. Philologie ', 227). Door den puristischen Littré wordt
ne pas que als een nieuw opgekomen, eerst een eeuw oude
verbastering afgekeurd. Het is dan toch nog al tamelijk oud;
in allen gevalle is deze zegswijze thans te diep ingeworteld
om uitgeroeid te kunnen worden, en wordt ze door de
meeste nieuwere schrijvers, behalve in den hoogeren, defti-
gen stijl, zonder aarzelen gebruikt. Zoo bijv. Musset: II n'y
a pas que des sots sur la terre (Com., II, 161). —
Scribe : Tu ne l'ouvrais pas \la porte'\ que pour moi
(Thédtre, I, 5). — Malot: Il n'y a pas que les Normands
qui sont madrés (Séduction, 44). — L. Noir: Je n'ai pas
eu que ce malheur-là (Auberge maudite, 14). — Labiche:
Ah! papa, il n'y a pas que la tnusique dans le monde
(Théâtre, III, 276).
22. Chiffons. — Eigenlijk: lorren, vodden, en dan ook: lintjes
en strikjes, kleine toiletbenoodigdheden. Verg. chiffonnier,