Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
ONBEPAALDE VOORNAAMWOORDEN.
211
t-on? Que ne dira-t-on j^as?
Il ne faut pas se soucier du ^^
(des) „qu'en dira-t-on" j c'est
bête.
C'est bête, si l'on veut, mais
on y pense tout de même.
On frappe.
On n'entre pas!
Je sors; je me sauve.
On peut entrer!
Il m'a semblé qu'on parlait
ici. Avec qui parliez-vous
donc?
J'ai pensé tout haut, apparem-
ment.
Wat zal men zeggen ? Wat
zal men al niet zeggen?
Men moet zich niet storen
aan het gepraat (gebabbel)
van de menschen; dat is niet
verstandig.
Het mag dan niet verstandig
zijn, maar men denkt er toch
aan. Er wordt geklopt.
Er mag niemand binnen!
Ik ga heen; ik maak, dat ik
weg kom.
Kom maar binnen. (Binnen!)
Ik meende, dat er hier werd
gesproken. Met wien was u
toch in gesprek?
Ik zal zeker hardop gedacht
hebben.
213.
Garçon ! Garçon !
Voilà, monsieur! On y va.
On dit qu'on vient, et puis on
ne vient pas. On ne viendra
donc jamais? A-t-on jamais
vu * ... ? Ne dirait-on pas
qu'on le .fait exprès? On ré-
pond tout de suite, et puis
on vous plante là un temps
infini ! (On vous fait attendre
une éternité!) Enfin le voilà;
ce n'est pas malheureux (c'est
bien heureux). Pourquoi ne
venez-vous pas quand on vous
appelle ?
Dame, monsieur, on fait ce
Kelner, kelner! (Aannemen!)
Ja, mijnheer, dadelijk!
Hij zegt dadelijk en dan komt
hij toch niet. Zal er dan nooit
iemand komen ? Wie heeft
ooit zoo iets beleefd? {Gem.
Wel heb je van je leven! . . .)
Is het niet of het met opzet
gebeurt? Ze antwoorden da-
delijk en dan laten ze je
eindeloos wachten! Daar is
hij eindelijk; nu, goed dat
hij eindelijk komt. Waarom
kom je niet, als je geroepen
wordt ?
Ja, mijnheer, ik doe waarlijk
♦ Voluit: A-i-on jamais vu rien de pareil? Heeft men ooit iets derj;elijks
gezien? Verg. bl. 172.
14*