Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
ONBEPAALDE VOORNAAMWOORDEN.
203
voleur de l'autre jour qui s'est
caché là.
tl. Je ne vois toujours rien.
Je ne vois toujours personne.
B. Eh bien! le voilà! Quand
je vous le disais ! Vous voyez
bien qu'il y avait quelqu'un!
Qui êtes-vous? Répondez!
P. Monsieur, avec votre per-
mission *, je ne suis personne,
ou presque personne, une per-
sonne sans conséquence, un
pauvre mendiant.
B. Que venez-vous faire ici?
P. Rien, monsieur.
B. Comment, rien? Vous
n'êtes pas venu ici pour rien.
P. Quand je dis rien, je veux
dire presque rien. Je venais
vous prier de me donner quel-
que chose. On ne peut pas vivre
de rien. Je ne connais personne
ici, et personne ne me connaît.
C'est pourquoi je suis entré au
premier magasin venu.
B. Oui, mais pourquoi vous
cacher ?
P. Monsieur, c'est que ...
j'avais honte.
B. Vite, en prison ! C'est le
voleur et personne autre. Qu'est-
ce que vous avez là?
P. Je n'ai rien.
B. Qu'est-ce que vous avez
pris?
P. Je n'ai rien pris. Je n'ai
rien fait, rien du tout.
't Is de dief van voor eenigen tijd,
die zich daar heeft verscholen.
H. Ik zie nog altijd niets.
Ik zie nog altijd niemand.
B. Nu, daar is hij! Wat
heb ik je gezegd? Je ziet wel,
dat er iemand was! Wie ben jij ?
Antwoord!
P. Mijnheer, met uw ver-
lof, ik ben niemand of zoo
goed als niemand, iemand (een
mensch) zonder beteekenis, een
arme bedelaar.
B. Wat kom je hier doen?
P. Niets, mijnheer.
B. Wat, niets? Je bent niet
voor niets hier gekomen.
P. Als ik zeg niets, bedoel
ik zoo goed als niets. Ik kwam
u verzoeken me iets te geven.
Men kan niet van niets leven.
Ik ken hier niemand, en nie-
mand kent mij. Daarom ben ik
den eersten den besten winkel
ingegaan.
B. Jawel, maar waarom ver-
schuil je je dan?
P. Mijnheer, dat was om-
dat... ik me schaamde.
B. Voort, naar de gevan-
genis! Het is de dief en nie-
mand anders. Wat heb je daar ?
P. Ik heb niets.
B. Wat heb je weggeno-
men?
P. Ik heb niets weggeno-
men. Ik heb niets gedaan, vol-
strekt niets.
Gem. sauf votre respect; nauwkeuriger: sauf le respect que je vous dois,
met alle achting, die ik u verschuldigd ben.