Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
21 BEPALEND EN NIET-BEPALEND LIDWOORD.
OÙ demeurez-vous?
Je demeure à la campagne, un
peu hors de la ville. Vous
voyez d'ici le toit de la maison.
Nous avons une belle maison
entourée d'un jardin. J'habite
la campagne toute Tannée.
J'aime tant la campagne et les
arbres !
Moi j'habite la ville, et je la
préfère à la campagne.
Waar woont u ^ ?
Ik woon buiten (op 't land),
even buiten de stad. U kan
hier vandaan het dak van
't huis zien. We ^ hebben een
mooi huis met een tuin erom
heen. Ik woon het heele jaar
buiten. Ik houd zoo van 't
land en de boomen!
tk woon in de stad, en ik ben
er liever dan buiten.
4.
Les environs sont très* beaux.
De l'autre côté de la maison
il y a un petit lac, et au
milieu du lac une petite île
couverte d'arbres. Nous y
allons souvent en bateau; voilà
le bateau là-bas, au rivage.
Plus loin, il y a un bois de
bouleaux, puis un ])ré, puis
un champ de blé, ensuite,
un bois de sapins ; enfin plus
haut, une forOt de pins; c'est
là que cesse la ])laine et [que]
commence la montagne.
De omstreken zijn zeerfraai. Aan
den anderen kant van het huis
is een klein meer, en in het
midden van het meer een
eilandje vol met boomen. Wij
varen er dikwijls naar toe in
een bootje; daar ginds ligt het
bootje aan den kant (oever).
Verdero]) is een bosch van
berkeboomen, dan een [stuk'
weiland, vervolgens een koren-
veld, dan een dennenwoud,
eindelijk, hoogerop, een bosch
van pijnboomen; daar houdt
de vlakte op en beginnen de
bergen.
O*
Voyons l'intérieur de la maison.
Parcourons toutes les pièces
de la maison. Au premier ^
il y a un grand salon, un
petit salon et la salle à man-
ger; c'est le plus bel étage.
Laten we nu het huis eens van
binnen bezien. Laten we alle
vertrekken van het huis eens
doorloopen. Op de eerste ver-
dieping is een groot salon (ont-
vangkamer), een klein salon
* Tegenwoordig wordt /nV zonder koppelteeken geschreven (naar de
jongste uitgaaf van den Diciionnaire de VAcadémie y 1878).