Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
VRAGENDE VOORNAAMVi^OORDEN.
177
180.
A qui est ce livre?
Il est à moi.
De qui est-il?
Il est d'un anonyme ; mais il doit
se cacher là[-dessous] quelque
nom illustre.
Mais alors pourquoi se cache-
rait-il ?
Que sais-je, moi? Caprices du
génie !
Eh bien, alors, comment le
savez-vous? Sur quoi fondez-
vous cette opinion?
Je le crois parce que le livre a
ce je ne sais quoi de noble,
d'élevé, qui marque les esprits
d'élite.
Il y a là [un] je ne sais quoi
de délicat, qui me fait croire
que c'est une femme.
Messieurs, moi je sais qui [quel]*
en est l'auteur. C'est un jeune
homme inconnu, esprit sincère
et ardent, qui certainement
se fera connaître.
De qui tenez-vous cette nouvelle?
D'un ami commun. L'auteur
inconnu est déjà célèbre;
c'est à qui achètera son livre.
Parmi les libraires-éditeurs,
c'est à qui lui fera les offres
les plus avantageuses pour
son prochain livre. Il n'a
eu qu'un honoraire mesquin
pour son premier livre,
mais à qui la faute ? La
faute en est à lui-même;
Van wien is dit boek?
Het is van (behoort aan) mij.
Van wien is het?
Het is van een onbekende; maar
daarachter moet een of andere
beroemde naam schuilen.
Maar waarom zou hij zich dan
verbergen ?
Weet ik dat? Dat zijn van die
grillen van geniale menschen!
Nu, hoe weet u het dan?
Waarop grondt u dan die
meening?
Ik geloof het, omdat het boek
iets edels, iets verhevens be-
zit , waaraan men uitverkoren
geesten herkent.
Er ligt iets teeders in, dat me
doet gelooven, dat het een
vrouw is.
Heeren, ik weet, wie er de schrij-
ver van is. Het is een onbe-
kende jonge man, oprecht en
vurig van gemoed, die stellig
van zich zal doen spreken.
Van wien heeft u dat nieuws?
Van een gemeenschappelijken
vriend. De onbekende schrij-
ver is reeds beroemd; zijn
boek wordt grif verkocht. De
uitgevers doen hen om strijd
de voordeeligste aanbiedingen
voor zijn eerstvolgend boek.
Hij heeft slechts een zeer karig
honorarium genoten voor zijn
eerste boek, maar aan wien
de schuld? De schuld ligt
* Quel om den hiatus te vermijden, doch qui is de gewone en natuur-
lijke uitdrukking (Passy).
STORM, Fransche Spreekoefeningen, 2e druk. 12