Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
L
Les articles défini et
indéfini.
Het bepalend en niet-
bepalend lidwoord.
1.
Savez-vous le français?
Oui, monsieur, un peu.
Parlez-vous [le*] français?
Non, monsieur, je ne parle pas
français.
Vous dites cela en français; donc
vous le parlez.
Je parle un peu le français, mais
je ne le comprends pas. Je n'ai
pas eu le temps de l'étudier.
Il faut apprendre le français avec
un bon maître (professeur ') t,
et la pratique fera le reste. Il
faut penser en français pour
parler français.
Kent U Fransch?
Ja, mijnheer, een beetje.
Spreekt u Fransch?
Neen, mijnheer, ik spreek geen
Fransch.
U zegt dat in het Fransch, dus
u spreekt het.
Ik spreek een beetje Fransch,
maar ik versta het niet. Ik heb
geen tijd gehad om het te
leeren.
Men moet Fransch leeren bij een
goeden onderwijzer, en dan
zal oefening het overige wel
doen. Men moet in het Fransch
denken om Fransch te spreken.
2.
Voici un petit enfant.
Est-ce un petit garçon ou une
petite fille?
Daar is een [klein] kindje.
Is het een jongetje of een meisje ?
Le wordt gewoonlijk niet bijgevoegd en heeft meer den algemeenen
zin van : savoir parler la langtte française. ,
t De cijfers in den tekst verwijzen naar de ophelderingen, enz., in
het aanhangsel.
STORM, Fransche Spreekoefeningen. 2e druk. i