Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN.
171
là à débiter cette belle ha-
rangue et à préparer ses
armes, l'autre se sauve à
toutes jambes.
Terwijl hij die fraaie rede
ten beste geeft en zijne wa-
pens gereed maakt, maakt
de ander zich uit de voeten.
178.
Un crime horrible a été com-
mis en secret. Mais qui
que ce soit qui l'ait commis,
il sera puni. Quelque rusé
qu'il soit et quelque secrè-
tement qu'il ait agi, il sera
découvert. En quelque lieu
qu'il soit, en quelque en-
droit qu'il aille, on le trou-
vera. Quelle que soit sa
position, il aura ce qu'il
mérite. Quel qu'il soit et
quoi qu'il soit, quoi qu'il
dise et quoi qu'il fasse, on
saura la vérité. Je dirai cela
à qui que ce soit, à qui-
conque veut (voudra) m'en-
tendre. Je ne crains qui que
ce soit. On le trouvera, on
est même sur ses traces. Je
le sais mieux que qui que
ce soit.
Quoi qu'il en soit, je ne crois
guère qu'on réussisse jamais
. à découvrir le coupable.
Quelle que soit votre opinion
là-dessus, je ne démords pas
de la mienne. Quoi qu'on
en dise, à la fin on arrive
toujours à savoir la vérité.
Er is in alle stilte een afschu-
welijke misdaad gepleegd.
Maar wie ze ook moge be-
dreven hebben, gestraft zal
hij worden. Hoe slim hij ook
is en hoe heimelijk hij het
ook heeft aangelegd, ontdekt
zal hij worden. Waar hij ook
zij, waarheen hij ook ga, hij
zal gevonden worden. Wat
voor betrekking hij ookhebbe,
wat hij verdient, zal hij krij-
gen. Wie hij ook zij en wat
hij ook zij, wat hij ook moge
zeggen en doen, de waarheid
zal aan 't licht komen. Dat
zal ik zeggen, aan wie het
ook zij, aan wie naar mij
luisteren wil. Ik vrees hoe-
genaamd niemand. Men zal
hem wel vinden, zelfs is men
hem op 't spoor. Ik ben er
beter van onderricht dan
iemand anders, wie het ook zij.
't Mag wezen, zoo 't wil, ik ge-
loof nog zoo dadelijk niet, dat
men er ooit in slagen zal, den
schuldige te ontdekken.
Wat ook uw denkwijze daar-
omtrent moge zijn, ik geef
de mijne niet op. Wat men
er ook van zeggen moge,
ten slotte komt men altijd de
waarheid te weten.