Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN.
167
dont il est l'idole, et dont
il est sorti.
Comment, il est sorti du peuple?
Du moins, la famille dont il
descend en est sortie. Voilà
le lieu d'oii elle est venue
(dont elle est originaire).
La manière dont il vit et l'air
dont il m'a reçu m'ont charmé.
Là oii vous vous attendez à
voir un prince, vous ne voyez
qu'un homme.
heeft, welks afgod hij is, en
waaruit hij gesproten is.
Wat, is hij uit het volk afkomstig?
Althans is de familie, waarvan
hij afstamt, daaruit voortge-
komen. Dat is de plaats,
waaruit zij afkomstig is.
De wijze, waarop hij leeft en
de manier waarop hij me
heeft ontvangen, hebben me
zeer ingenomen. Terwijl men
verwacht een vorst te vinden,
vindt men slechts een mensch.
172.
Qu'est-ce que vous avez ? Quelle
drôle de mine!
Ne riez pas, monsieur, il n'y a
pas de quoi rire. Il s'agit
d'une question qui doit oc-
cuper et vous et moi.
Il n'y a pas de quoi s'offenser
(se formaliser).
Il y aurait bien de quoi, mais
je sais que vous êtes mon
ami.
A quoi pensez-vous donc? De
quoi voulez-vous parler?
Ce à quoi je pense, ce dont je
veux parler, c'est aussi ce qui
doit vous occuper ces jours-ci.
Quoi donc ? Qu'est-ce que c'est ?
Je ne sais pas ce que vous
voulez dire.
Il paraît qu'il y a un déficit dans
votre caisse, et c'est moi qui
suis chargé d'en faire le
rapport.
Mais c'est ce qui vous trompe;
c'est ce dont je ne conviens
Wat scheelt eraan? Wat zet u
een [raar] gezicht!
Lach niet, mijnheer, er valt
niet te lachen. Het betreft
een zaak, die en u en mij
moet bezighouden.
Er is geen reden om u belee-
digd te gevoelen.
Er zou wel een reden zijn,
maar ik weet, dat u mijn
vriend is.
Wat bedoelt u dan eigenlijk?
Waarover wilt u spreken?
Wat ik bedoel, wat ik bespreken
wil, is juist wat u dezer dagen
moet bezighouden.
Wat dan? Wat is het dan? Ik
weet niet, wat u bedoelt.
Het blijkt, dat er een tekort is
in uw kas, en nu ben ik
belast met het rapport daar-
over op te stellen.
Maar daarin vergist u zich
heelemaal; dat stem ik niet