Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
155 AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN.

Ça ne va pas mal. Ça va bien,
et vous?
Moi, ça ne va pas du tout; ça
va mal.
Cela m'étonne ; vous avez bonne
mine.
Enfin, ça ne va pas bien; je
tousse, et ces nuits-ci je n'ai
pas dormi. Il ne manquait
plus que cela!
N'est-ce que cela?
C'est bien assez comme cela.
Cela suffit, ce me semble. Je
n'ai pas fermé l'œil de la
nuit.
Ah, je la connais, celle-là ! Nous
nous éveillons un petit mo-
ment, et nous croyons que
c'est toute la nuit.
Oh! par exemple! Celle-là est
trop forte ! Me parler de la
sorte, c'est trop fort à la fin.
Ne nous fâchons pas! Mon
cher ami, ça fume ici*. Non,
je me trompe, ça sent le
tabac Est-ce que vous
fumez le matin?
Toujours, toute la matinée.
Ah, voilà le mal! Cessez de
fumer; je ne vous dis que ça.
Ah, qu'à cela ne tienne, mon
cher docteur, quoiqu'il m'en
coûte. Mais j'aime mieux ça.
Cela étant (puisqu'il en est ainsi).
Het gaat nog al. Het gaat goed,
en hoe gaat het u?
Het gaat volstrekt niet met me;
het gaat slecht.
Dat verwondert me; u ziet er
goed uit.
Nu, het gaat maar niets goed;
ik hoest en in de laatste
nachten heb ik niet geslapen.
Dat ontbrak er nog aan!
Is het anders niet?
't Is, dunkt me, al erg genoeg (al
wel). Dat is genoeg, zou ik
denken. Ik heb den geheelen
nacht geen oog toegedaan.
Ja wel, dat ken ik! Men wordt
een oogenblikje wakker, en
dan meent men, dat het de
geheele nacht is.
Wel nu nog mooier! Dat is al
te kras! Zoo tot mij te spre-
ken, dat is dan toch einde-
lijk al te sterk (kras).
Nu, word maar niet boos! Beste
vriend, het rookt hier. Neen,
ik vergis me, het ruikt naar
tabak. Rookt u voor den
middag ?
Altijd, den heelen voormiddag.
Aha, daar zit de kwaal (daar
hebben we het)! Laat het
rooken na, dat is het eenige.
Nu, als het daarom alleen te
doen is, waarde dokter, of-
schoon het me moeielijk
zal vallen. Ik zou liever wel
rooken.
Nu het zoo gesteld is, moet u
* Zie de voorrede.