Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN.
C'est étonnant comme il fait
froid. Cette nuit il a gelé.
Oui, • cette année il fait plus
froid que l'année passée.
Cependant, cette semaine il
fait plus doux (un temps plus
doux) que la semaine passée.
Het is verbazend, zou koud
[als] het is. Het heeft van
nacht gevroren.
Ja, 't is van 't jaar kouder
dan verleden jaar. Toch is
het van de week zachter [weer]
dan verleden week.
157.
Monsieur Pasteur vient de partir,
mais il va revenir le vingt de
ce mois.
Est-ce vrai? Est-ce bien sûr?
IMonsieur que voici vous le
dira. Madame que voilà l'a
su également. Si vous
doutez encore, demandez à
ce monsieur-là; c'est son se-
crétaire.
Est-ce(-iF'') possible? En voilà
un homme qu'il est difficile
de trouver chez lui ! Je
l'ai cherché et recherché
pour lui communiquer une
découverte importante ; tou-
jours des obstacles. Il y a
ceci, il y a cela. „En ce
moment je n'ai pas le
temps; je suis occupé. Qu'il
revienne un de ces jours.
Cela ne presse pas tant,
je suppose. Qu'il attende!"
Mais je ne fais que cela !
Alors je suis revenu l'autre
jour. Il a dit ceci, il a dit
cela; tant il y a qu'il a
fini par me renvoyer. Vous
comprenez, dans ces circon-
Mijnheer Pasteur is pas op reis
gegaan, maar hij zal den
twintigste van deze maand
terugkomen.
Is het waar? Is dat wel zeker?
Mijnheer, hier, kan het u zeggen.
Die mevrouw, die u daar
ziet zitten, heeft het ook ge-
hoord. Als u nog twijfelt,
vraag het dan aan dien mijn-
heer daar; die is zijn secretaris.
Hoe is het mogelijk? Dat is me
nu iemand, die moeielijk thuis
te vinden is! Ik heb hem ge-
zocht en weer gezocht om
hem een belangrijke ont-
dekking mee te deelen; maar,
altijd is er wat in den weg.
Nu is er dit, dan is er dat.
„Op 't oogenblik heb ik geen
tijd; ik ben bezet. Laat hij
dezer dagen maar eens terug-
komen. Het heeft toch zoo'n
haast niet, denk ik. Laat hij
maar wat wachten!" Maar,
ik doe niets anders [dan wach-
ten] ! Toen ben ik laatst eens
teruggekomen. Toen heeft hij
dit gezegd en dat gezegd; en
het einde was, dat hij me