Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
151 AANWIJZENDE VOORNAAMWOORDEN.

Est-ce qu'il y a des bains
dans ce pays-ci, monsieur?
Quelle demande ! Mais certaine-
ment, monsieur. En voilà un
droit devant vous.
En ce cas, je descends. J'y vais
de ce pas. Merci de (pour) votre
renseignement, monsieur.
Il n'y a pas de quoi, monsieur.
vreemdeling. Zijn er badin-
richtingen hier te lande, mijn-
heer?
Is dat nu een vraag! Wel, na-
tuurlijk, mijnheer. Daar vlak
vóór u is er een.
Dan moet ik eruit. Ik ga er
dadelijk heen. Dank u voor
uw inlichting, mijnheer.
Geen dank, mijnheer.
156.
Qui donc est ce monsieur que
nous avons vu hier, qui con-
naît tout le monde ? Ce mon-
sieur, qui est-ce? Qui ça
peut-il être? Qui est-il?
C'est ce monsieur, ne vous le
rappelez-vous pas, qui est
venu chez nous un soir avec
ces * dames. Ces * dames le
connaissent très bien ; c'est le
docteur Jolibois. L'avez-vous
vu dernièrement, mesdames?
Nous ne l'avons pas vu ces
jours-ci, monsieur.
Il viendra ici un de ces jours,
n'est-ce pas?
Oui, il viendra ici ce soir.
Ah, alors, nous le reverrons ce
soir. A ce soir. En atten-
dant, allons voir l'exposition.
Ça nous promènera. Ces da-
mes * veulent-elles être de la
partie (en être)?
Wie is toch die mijnheer, dien
wij gisteren gezien (bezocht,
gesproken) hebben, die alle
menschen kent? Wie is die
mijnheer? Wie kan het zijn?
Wie is hij ?
Weet u het niet meer? Het is
die mijnheer, die op zekeren
avond met de dames * bij ons
geweest is. De dames * kennen
hem zeer goed; het is dokter
Jolibois. Heeft u hem in kort
gezien (gesproken) dames?
We hebben hem in de laatste
dagen niet gezien (gesproken),
mijnheer.
Hij zal dezer dagen hier ko-
men, niet waar?
Ja, hij komt van avond hier.
O, dan zullen we hem vanavond
weer zien. Tot van avond.
Laten we intusschen de ten-
toonstelling eens gaan bezich-
tigen. Dat zal ons wat beweging
geven. Gaan de dames * mee ?
* Ces dames, de dames, waarvan gesproken is of die tegenwoordig zijn;
anders les dames.
mai