Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN.

Il a vendu la maison de son
oncle et la sienne [propre].
Il est mon compatriote.
C'est un compatriote à moi.
Ils étalent toujours leurs filles;
ils parlent de leurs talents,
de leurs vertus; mais tout
cela ne leur profite guère;
nos filles sont plus jolies que
les leurs.
Est-ce que vous attendez mon
cousin Champignac ? — Non,
j'attends une parente. — Une
parente à nous? — Non, à
moi. — Permettez, ma cousine,
si elle est à vous, elle est
aussi à .. . — Ah ! mais non !
Elle est ma tante, ce n'est
pas une raison pour qu'elle
soit la vôtre *.
Revenons à nos moutons f-
Agissez à votre guise.
Compter sans son hôte.
Il n'est pas de notre monde.
Ce n'est pas ma faute.
Il n'y a pas de ma faute.
C'est sa faute à lui (la faute en
est à lui).
Il sait son histoire sur le bout
du doigt.
C'est un homme qui sent son
gentilhomme d'une lieue.
(Cp. p. ii)§.
Hij heeft zijn ooms en zijn eigen
huis verkocht.
Hij is mijn landgenoot.
't Is een landgenoot van me.
Ze pronken altijd met hun
dochters; zij spreken van haar
talenten, van haar voortref-
felijke hoedanigheden; maar
dat alles baat hun niet veel;
onze dochters zijn veel be-
valliger (liever) dan de hunne.
Verwacht u mijn neef Cham-
pignac ? — Neen, ik verwacht
een familielid. — Een familie-
lid van ons? —- Neen, van
mij. — Met uw verlof, nichtje,
als die dame een familielid Van
u is, is zij het ook van ... —
Wel neen, zeker niet! Het is
mijn tante, maar dat is noggeen
reden, dat het ook de uwe is.
Laten we weer op ons onder-
werp terugkomen.
Handel naar goeddunken (wel-
gevallen).
Buiten den waard rekenen.
Hij behoort niet tot onzen kring
(stand, wereld).
Dat is mijn schuld niet.
Ik heb er geen schuld aan.
Dat is zijn schuld (de schuld
ligt aan hem).
De geschiedenis kent hij op zijn
duimpje.
Hij is op end' op een edelman.
SardoH, La Papillonne, 7.
Gemeenzaam; keuriger: à 7totre sujet {au sujet qui nous occupe').
Eng. he is every inch a gentleman {nobleman).