Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
En s'écrivant, il n'y a plus d'ab-
sence *.
M. X. vient de louer (prendre)
une loge de cinq places, et
demande à la dame du bu-
reau : „Combien de personnes
peut-elle tenir, cette loge?"
„Quatre, en se serrant."
Tout se tient [en ce monde].
Toute liberté entraîne avec elle
{rarement: soi) un abus pos-
sible.
Aime ton prochain comme toi-
même.
Il faut aimer son prochain
comme soi-même.
Personne n'est donc chez soi
aujourd'hui f ?
Être [le] maître chez soi.
Il n'est pas [le] maître chez lui.
On trouve toujours quelqu'un
de plus fort que soi.
Nous n'avons plus rien à nous
dire, je pense? Alors je ne
vous retiens pas, monsieur.
Nous autres demoiselles, nous
voyons très bien, très bien!
et nous ne regardons jamais §.
J'y suis, j'y reste.
Nous y voilà.
Als men elkaar schrijft, bestaat
er geen afwezigheid.
Mijnheer X. heeft zoo pas een
loge van vijf plaatsen afge-
huurd, en vraagt aan de juf-
frouw van het bureau: „Hoe-
veel personen kunnen er in
die loge?" „Vier, als ze wat
inschikken."
Alles [in de wereld] hangt samen.
(Overal is verband tusschen
de dingen.)
Elke vrijheid heeft een moge-
lijk misbruik in haar gevolg.
Heb uw naaste lief, als u zelf.
Men moet zijn naaste liefheb-
ben als zich zelf.
Is dan vandaag niemand thuis i*
Baas in zijn huis zijn.
Hij is geen baas in zijn eigen
huis.
Er is altijd baas boven baas.
Ik geloof, dat we uitgepraat
zijn (alles gezegd, afgesproken
hebben)? Dan zal ik u niet
langer ophouden, mijnheer.
Wij, meisjes, zien heel, heel
goed! en toch kijken we
nooit.
Ik ben er en ik blijf er.
Daar zijn we er (daar hebben
we het).
' Scribe, Théât. I, 191.
f Wordt gezegd als men verscheidene bezoeken afgelegd en niemand
thuis gevonden heeft. Anders zegt men: II n'y a donc personne [à la mai-
son] ? Tout le monde est donc sorti? etc.
Ü Labiche, Théât. IV, 233.