Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5 PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.

Fiez-vous à moi.
Je m'y fie.
Je kunt op me rekenen.
Dat zal ik doen.
UO.
S'il faut en croire les journaux,
nous aurons la guerre.
Il paraît qu'il faut les en croire.
Eh bien, moi, ça me va. J'en
suis content. Mais peut-on
s'y fier?
Ne vous y fiez pas trop, si vous
m'en croyez (croyez-m'en).
Nous n'en sommes pas encore
là. Il n'en est pas sérieuse-
ment question encore. Le
bruit en a couru, mais sans
fondement.
Mag men de kranten gelooven,
dan is er oorlog ophanden.
Het ziet er wel naar uit, dat
men ze gelooven moet. Nu,
mijnentwege [krijgen we oor-
log]. Ik ben er blij om.
Maar kan men er op aan?
Vertrouw er niet te zeer op,
als u een raad van mij wil
aannemen. Zoover" zijn we
nog niet. Er is nog niet in
ernst sprake van. Er is wel een
gerucht geweest, maar zonder
grond.
141.
Le pauvre Gérard était très
malade ; il se sentait des dou-
leurs atroces. Il fallait faire
une opération. „Vous sentez-
vous le courage de subir une
opération? Allons; du cou-
rage! Pas de faiblesse!"
Comme médecin, je me croyais
le droit de lui parler ainsi.
„Je me sens le courage,"
a-t-il dit, „de braver la mort,
s'il le faut." Jamais je ne
lui avais vu cette figure-là.
Je ne lui avais pas cru tant
de courage. J'étais étonné de
lui voir tant de force d'âme.
Cet homme-là, ordinairement
si peureux, a des qualités
qu'on ne lui supposerait pas.
De arme Gerrit was zeer ziek;
hij voelde vreeselijke pijn. Er
moest geopereerd worden.
„Gevoelt u moed genoeg
voor een operatie? Komaan;
schep moed! Geen zwakheid!"
Als geneesheer meende ik het
recht te hebben , hem zoo toe
te spreken. „Ik heb moed
genoeg", heeft hij geantwoord,
„om den dood te trotseeren,
als het moet." Nooit had ik
hem zoo'n gezicht zien zetten.
Zooveel moed had ik nooit bij
hem gezocht. Ik was verbaasd,
zooveel zielskracht bij hem te
zien. Die man, gewoonlijk
zoo bang, heeft hoedanighe-
den, die men niet bij hem
zou vermoeden.