Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
malade; alors on est mieux
à l'hôpital.
Au contraire, on est mieux chez
soi, soigné par sa famille,
excepté dans les maladies
graves, quand on n'est plus
soi-même, quand on n'a
])lus conscience de soi-
même; alors l'hôpital vaut
mieux. Mais il ne faut pas
trop penser à soi, à ses
maladies; il faut penser aux
autres aussi. Moi, je trouve
que les médecins sont pres-
que autant à plaindre que
les malades. Quand on est
médecin, on ne s'appartient
pas; on n'a pas de temps
à soi; il faut être à tout le
monde.
ziek is; dan heeft men 't be-
ter in 't ziekenhuis (gasthuis).
Integendeel, men heeft het veel
beter thuis, als men verpleegd
wordt door zijn huisgenooten,
behalve bij zware ziekten, als
men niets meer van zich zelt
weet, als men geen bewustzijn
meer heeft; dan is het zieken-
huis beter. Maar men moet
niet te veel aan zich zelfden-
ken, aan zijn ziekten; men
moet ook aan anderen denken.
Ik voor mij vind de dokters
bijna evanzeer te beklagen
als de zieken. Als men dokter
is, behoort men zich zelf niet
meer toe, heeft men geen
tijd meer voor zich zelf; men
moet voor iedereen klaar staan.
133.
Ce malade ne pense qu'à lui
[-même] ; il n'aime que
lui-même ji s'écoute *;
il se täte le pouls; il ne se
refuse rien. Ses amis ou soi-
disant tels l'y encouragent,
en le priant toujours de se
soigner. „On n'a pas trop
de soi," disent-ils, „pour avoir
soin de soi!" C'est que,
quand il se régale, ils espèrent
en avoir leur part. Car il
n'aime pas à manger seul (à
part lui t). Enfin il se dorlote ;
il s'emmitoufle (s'affuble §) de
Die zieke denkt slechts aan zich
zelf; hij heeft alleen zich zelf
lief; hij gaat zich nauw-
keurig na, voelt zich den
pols; hij ontzegt zich niets. Zijn
ware of zoogenaamde vrienden
moedigen hem daarin aan,
door hem voortdurend aan te
manen toch goed op zijn
gezondheid te passen. „Men
heeft genoeg te doen," zeggen
ze, „als men voor zich zelf
zorgt!" Dat komt, omdat ze
hopen hun deel te krijgen,
als hij smult. Want hij eet
Wordt ook gezegd van iemand, die zichzelf zeer gaarne hoort praten,
f Zelden: a part soi.
§ S"emmitoujier, zich er warmpjes instoppen; s'affubler, zich opsieren
(ongunstigen zin), gem. zich toetakelen.