Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
vous? Plus fam. encore cxycA-
ment [ça] va [-t-il] ? Ça va bien?)
Très bien, merci (je vous re-
mercie), et vous?
Pas [trop] mal; j'ai été malade,
mais je vais mieux.
Je vous trouve bonne mine.
Comment va-t-on chez vous?
Comment va madame Gau-
tier? Comment se porte
monsieur votre père, madame
votre mère?
Ils se portent assez bien, je
vous remercie.
Pardon, un moment, je vous
demande la permission de
lire cette lettre qui m'arrive
à l'instant.
Comment donc, faites [donc],
monsieur (je vous en prie).
C'est fait ; parlons de vous. C'est
aimable {fam. gentil) à vous
d'être venu me voir. Je ne
m'attendais pas au plaisir de
vous voir. Nous parlons sou-
vent de vous.
Ma femme m'a chargé de vous
dire bien des choses de sa
part. Veuillez présenter mes
hommages à mademoiselle
votre sœur. Mais le temps
presse, et je n'en ai que très
peu aujourd'hui.
Vous vous en allez déjà?
Mais oui, il le faut (il faut que
je m'en aille). Je vous quitte.
Je me sauve.
Mais vous reviendrez bientôt?
Certainement.
Alors nous causerons plus lon-
Hoe gaat het? Gaat het
goed?)
Heel goed, dank u, en hoe
gaat het u?
Dat gaat nog al; ik ben ziek ge-
weest, maar het gaat beter.
U ziet er goed uit, vind ik.
Hoe gaat het bij u thuis? Hoe
gaat het met mevrouw ? Hoe
vaart uw vader en uwe moe-
der (uw papa en mama)?
Dank u, zij zijn welvarend.
Excuseer me een oogenblikje,
veroorloof (permitteer) me
dezen brief even te lezen,
dien ik daar net ontvang.
Ga gerust uw gang, mijnheer.
Al klaar; laten we nu eens over
u spreken, 't Is heel aardig
van u, dat u me eens komt
opzoeken. Ik had volstrekt
niet gerekend op het genoe-
gen van uw bezoek. We
spreken dikwijls over u.
Mijn vrouw heeft me verzocht
u haar complimenten te doen.
Wees zoo goed mijn be-
leefde groeten aan uw zuster
te doen. Maar de tijd dringt
en ik heb vandaag niet veel
tijd over.
Gaat u al weg?
Ja, ik moet [weg]. Ik ga u ver-
laten. Ik moet maken, dat ik
weg kom.
Maar komt u eens gauw weerom?
Zeker.
Dan zullen we wat langer pra-