Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
Donnons-le-lui. Le voilà, mon
garçon; il est à toi.
Ah, mon cher oncle, que de
remerdments ! Je vous aimerai
bien, allez.
Dan wil ik het hem geven. Daar
is het, mijn jongen; het is
voor jou.
O beste oom, wat ben ik u
dankbaar! Ik zal veel van u
houden.
116.
Eh bien, ce livre, qui le lui
a donné?
Il me l'a demandé, et je le lui
ai donné.
C'est très gentil à toi. Remercie-
le donc, Charles, de ce qu'il
a été si bon pour toi.
Je lui en suis très reconnais-
sant, [mon] père, et je l'ai
remercié.
Nu, wie heeft hem dat boek
gegeven ?
Hij heeft er me om gevraagd,
en ik heb het hem gegeven.
Dat is zeer aardig (lief, vrien-
delijk) van je. Bedank dan
toch. Karei, dat hij zoo goed
voor je is.
Ik ben er hem zeer dankbaar
voor, pa, en ik heb hem
bedankt.
117.
Voilà le futur beau-père de
Charles. Il lui a demandé la
main de sa fille.
Oui, je sais qu'il la lui de-
mande, mais le père la lui
donne-t-il ?
Oui, il la lui donne. Il a
dit: „Je te la donne; elle
est à toi."
Et Charles ne se l'est pas
fait dire deux fois, je te le
promets.
Daar gaat Kareis aanstaande
schoonvader. Hij heeft hem
om de hand van zijn dochter
gevraagd.
Ja, ik weet, dat hij hem om
haar hand heeft gevraagd,
maar geeft de vader zijn
toestemming ?
Ja, die geeft hij. Hij heeft tot
hem gezegd: „Ik geef ze je;
ze behoort je toe."
En Karei heeft zich dat geen
tweemaal laten zeggen, dat
verzeker ik je.
118.
Monsieur Nodier, savez-vous que Mijnheer Nodier, weet u, dat
votre petit garçon veut aller uw zoontje naar de rivier wil
à la rivière glisser sur la gaan om te glijden op