Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
fera comme il le dit, et il le
dit comme il le pense.
Il paraît. Je ne sais pas. Je
ne crois pas. Il me semble
qu'il n'est pas si sûr de lui-
même qu'on le dit. Mais pour
[être] habile, il l'est *.
zal doen, zooals hij zegt,
en hij zegt, zooals hij denkt.
Dat schijnt. Ik weet het nog
niet. Ik geloof het nog niet.
Mij dunkt, dat hij niet zoo
zeker is van zijn zaak, als men
wel zegt. Maar knap is hij.
107.
Avez-vous vu une lettre par
ici? C'est moi qui l'ai écrite.
Quelqu'un l'a prise. On l'a
ouverte, on l'a montrée à
tout le monde.
Qui donc est-ce qui l'a fait?
Mais cela ne se fait pas.
Ça ne va pas se passer comme
ça. Je trouverai le coupable
et je le punirai. Cela lui
apprendra à ouvrir les lettres
d'autrui.
Heeft U hier ergens een brief
gezien ? Ik heb hem geschre-
ven. Hij is door iemand weg-
genomen. Hij is opengemaakt
en aan iedereen vertoond.
Wie heeft het ' dan gedaan ?
Dat mag men niet doen.
(Dat doet geen net mensch.)
Dat zal zoo niet afloopen. Ik
zal den schuldige vinden en
hem straffen. Dat zal hem
leeren eens anders brieven
open te maken.
108.
M'aimes-tu bien, [ma] mère ?
Oui, je t'aime bien, mon chéri.
Tu ne m'aimes pas comme je
t'aime.
Je t'aime encore cent fois plus
que tu ne m'aimes.
Pense à moi, comme je penserai
à toi, veux-tu, petite mère?
Souviens-toi de moi, quand
je serai loin de toi.
Je n'ai que toi au monde, je
Houdt U veel van me, moe-
dertje (mama)?
Ja, lieveling, ik houd heel veel
van je.
U houdt toch niet zooveel van
mij, als ik van u.
Ik houd nog honderdmaal meer
van jou dan jij van mij.
Denk aan mij, zooals ik aan u
zal denken, wil u wel, moe-
dertje (mamaatje) ? Denk veel
aan me, als ik ver van u ben.
Ik heb niemand anders op de
Vgl. D ailleurs tour ingrat, il ne Vest pas (Delvau, Am. Buiss. 131}.