Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
13(5
PERSOONLIJKE VOORNAAMWOORDEN.
Si, je te connais à présent; je
me demandais qui ça pouvait
être. Est-ce toi seul?
Moi seul.
(Es-tu seul?
Oui, je suis seul.)
Que fais-tu*? Comment té por-
tes-tu (vas-tu)?
Très bien, et toi ? Je suis venu
te voir.
C'est très gentil à toi.
Je te dérange?
Au contraire; mets-toi là, et
causons. Dis donc, connais-tu
le nouvel élève ? Comment
s'appelle-t-il ? Il s'appelle
Charles, n'est-ce pas?
Mais non, il s'appelle Jacques.
Je lui ai demandé : „Comment
t'appelles-tu, toi?" Et il m'a
répondu: „Je m'appelle Jac-
ques Durand."
Welzeker, nu ken ik je; ik
dacht ook al, wie het toch
zijn kon. Ben jij het alleen?
Ja, ik alleen.
(Ben je alléén?
Ja, ik ben alléén.)
Wat voer je toch uit? Hoe gaat
het met je?
Heel goed, en met jou Ik
kom je eens opzoeken.
Dat is heel aardig van je.
Stoor ik je?
Volstrekt niet (integendeel); ga
hier zitten, en laten we eens
praten. Zeg, ken je dennieu-'
wen leerling? Hoe heet hij?
Hij heet Karei, is het niet?
Wel neen, hij heet Jacob. Ik
heb hem gevraagd: Hoe heet
je? En hij heeft me geant-
woord : Ik heet Jacob Durand.
104.
Charles, est-ce toi qui as déchiré
ces livres?
Mais non, ce n'est pas moi qui
l'ai fait.
Sont-ce tes frères qui l'ont
fait ? Sont-ce eux qui l'ont
fait?
Oui, ce sont eux qui l'ont fait;
c'est à eux de les payer.
Ce n'est pas nous qui l'avons
Karei, heb jij die boeken ge-
scheurd ?
Wel neen. ik heb het niet ge-
daan.
Hebben je broeders het ge-
daan ? Hebben zij het ge-
daan?
Ja, zij hebben het gedaan; zij
moeten ze betalen.
Wij hebben het niet gedaan.
* Gelijk aan het Holl. „Wat doe je?" en „Hoe gaat het je?" en aan
het Duitsch: „ff^öj machst du?'' dat zoowel: ,;iüomit bist du beschäftigtV'
als geht es dir?'' beteekent en zoodoende het Eng. ^Jiow do you do?
nabij komt; intusschen is.dit laatste bijna in eene begroetingsformule over-
gegaan en wordt zelfs tegenover geheel onbekenden gebruikt. De oud-
fransche uitdrukking was ^^comment le faites-vous? waarnaar de F^ngelsche
zegswijze gevormd is.