Boekgegevens
Titel: Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Auteur: Storm, Johan; Robert, C.-M.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1892
2e Ned., herz. uitg.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8245
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201890
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Franse taalkunde
Trefwoord: Frans, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Fransche spreekoefeningen tot gelijktijdige beoefening van de spraakkunst en de gesproken taal: middelcursus
Vorige scan Volgende scanScanned page
10(i
TELWOORDEN.
Il est dix heures et demie.
Il est dix heures [et] trois
quarts (onze heures moins un
quart, aussi : moins le quart).
Il est onze heures moins cinq
[minutes].
Il est midi (midi et [un] quart,
midi un quart; midi et demi).
Il est minuit (minuit [et] cinq;
minuit un quart (et quart),
minuit et demi).
Onze heures vont sonner.
Non, onze heures viennent de
sonner. L'heure a sonné.
Non, c'est la demie qui a sonné.
Midi (minuit) a sonné.
Het is halfelf. Het is kwart
voor elven.
Het is vijf minuten voor elven.
Het is twaalf uur ['s middags
(kwart over twaalven, halféén).
Het is twaalf uur [*s nachts] (vijf
minuten over twaalven, kwar-
tier over twaalven, halféén).
Het zal zoo [aanstonds] elf uur
slaan.
Neen, 't heeft zoo [even] elf [uur
geslagen, 't Heeft geslagen.
Neen, 't is half geweest.
't Is twaalf geslagen.
87.
Veuillez me dire s'il est plus
de trois heures.
Il est trois heures moins cinq.
Je croyais qu'il n'était que deux
heures et demie (qu'il n'était
pas plus de d. h. et d.). Je
ne croyais pas qu'il fût si
(aussi) tard [que cela]. Je
reviendrai à trois heures et
demie au plus tard. Je ne
pourrai venir qu'à trois heures
et [un] quart au plus tôt.
Zeg me, als 't u belieft, of het
al over drieën is.
Het is vijf minuten voor drieën.
Ik dacht, dat het pas halfdrie
was. Ik dacht niet, dat het
al zóó laat was. Ik zal uiter-
lijk om half vier terugkomen.
Ik zal op zijn vroegst eerst
om kwart over drieën kunnen
komen.
88-
A quelle heure partez-vous?
Je pars à cinq heures du soir.
Il est temps de partir. Il n'est
que temps.
Vous arrivez juste à temps.
Oh non, vous arrivez de bonne
Hoe laat vertrekt u?
Ik vertrek 's namiddags om
vijf uur. Het is tijd om te
vertrekken. Het is hoog tijd.
U komt juist bijtijds.
O neen, u komt vroeg, zelfs
Ü