Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Natuurlijke historie voor de jeugd. 87
DE V0GKL3.
Een fiksche vogel
Gaat byna zoo gaauw als een kogel;
Doch in zijn kooi
Vliegt hy nooit zoo ver of zoo mooi.
Zijn jassen en japonnen, enfin al zijn klecren,
Noemt een vogel: »mijn veêren
En een kanarie heeft heel veel
Van een jonge juffrouw in 'tgeel.
Om een vogel aan 'tspit te kunnen hangen,
Moet men hem maar eerst zien te krijgen of te vangen.
Vogels zitten dikwijls op hun uiterste gemak
Met hun eene been op een hoogen, dunnen tak;
't Geen onder vette koeien en dieren van dien aart
De grootste verwondering on afgunst baart.
Op zwart zaad ^ :
Is een vogel ontzachelijk kwaad,
En hy zou een vinkebaan,
Als hy naar zijn gemoed te werk ging, wel aan duigon willen slaaa
Doch onder zijn grootste ongelukken
Rekent hy den handel in broekjens en krukken.
Een vogel vliegt somtijds dag en nacht;
Doch hy wordt er ook vroeg voor opgebracht.
DE HAAN.
Wy zijn hot eens met Linnaeus, dat er geen beesten bestaan,
Die meer van kippen houden dan een haan,
En het blijkt uit de Natuurlijke Geschiedenis,
Dat dit eigentlijk do oorsprong van onze hoendereieren is.