Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
7g Natuurlijke historie voor de jeugd.
DE KOEI.
Een koei is iemand met twee ooren.
En aan weêrakanten een horen.
Volgens den liollandschen Naturalist Verboom,
Is zy de uitvindster van de aardbeien met room.
Ook waren rundermest en rollenden
Voor de koei beur tijd nog onbekenden.
En wat men van haar huid al niet maken kan
Ga dat maar eens te Bennebroek vragen aan »den Geleerden Man^*
Immers Dido in haar dagen sneed er nog een heele hoofdstad van.
Als ik u voorts wilde optellen, wat voor zaken
Men al niet van een koei haar horens, hairen en darmen kan maken,
Ik geloof dat al je gezamentlijke leien er meê vol zouden raken;
Maar mijn verhaal dient niet te uitermate gerekt.
En van nut, dat men van hour staart on beur pooten trekt,
Daar zou ik je tot overmorgen van kunnen vertellen
Hoe zou men 't b. v. op 't schip zonder een koevoet stellen?
In 't kort, het is al van ouds een spreekwoord geweest.
Zelfs by den lompsten boer, die nooit in Martinet of Plinius leest,
Alles is even nuttig, wat er komt van dat edele beest.
En wie zou dan, o jeugd, uw en mijns gelijken niet verfoeien,
Als men nagaat, hoe gemeen zy zich gedragen jegens de koeien.
Piet Agoras heeft het voor een duizend jaar of wat al gozeid;
»0 menschdom, gy zijt een toonbeeld van ondankbaarheid:
»Wanneer oude koeien soms in een sloot verdwalen,
nDan heet het hoogst onfatsoenlijk, ze daar uit te halen;
öZoodra een landman van een koei geen zoete melk meer hoopt,
»Dan ziet men, hoe hy haar terstond aan den slager verkoopt,
»Die haar onbarmhartig vermoordt en de huid afstroopt,
»En daarna, wat nog het gemeenste is, in een os herdoopt.
nEnfin, als een mensch gaat bedenken,
'O Wat de koeien hem, zelfs by testament, nog schenken,
»En hoe schandelijk hy die weldaên vergeet,
»Dan is hy immers niet Witardig dat hy ooit meer biefstuk eet. ..