Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
wrm
70 , Natuurlijke historie voor de jeugd,
Zijn grooter dan die van een reus •
En zijn muil
Is een ware moordkuil;
Met zijn klaauw
18 een leeuw geweldig gaauw;
Met zijn staart
Gooit hy een schutter van zijn paard;
En met zijn tanden
Durft hy de heele schuttery wel aanranden.
Enfiriy hy is altijd het verscheurendste beest
Onder de dieren geweest.
Onlangs heeft hy immers in Londen
Nog een juffrouw verslonden;
Doch, nu ik my bezin.
Was hy het niet: het was de leeuwin.
De leeuw wordt viervoetig geboren:
Twee van achteren en twee van voren ;
Of, volgends anderen, twee aan zijn rechterhand:
En do twee anderen aan dezen kant.
De leeuw zijn gemalin
Is mevrouw de leeuwin.
En de jongelui, zoolang zy zich met de borst behelpen,
Noemt men gewoonlijk: welpen.
Gouden leeuwen en leeuwen van hout,
Mitsgaders de Hollandsche, worden heel oud;
Men ziet ze nog wel op uithangborden en schilden, doch zeldzaam
in 't woud.
Komt ooit een ware leeuw rechtstreeks op u aan,
Dan is 't beste om maar regelrecht uit den weg te gaan;
Doch niet als hy opgezet of dood is;
Daar er in dat geval volstrekt geen nood is.