Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Kort begrip der Bomeinsche historie. 67
Voor juweeltjens aan wil snieeren! ....
Als men niet wist wat een keezenfamielje was,
Zou men 't niet gelooven ofschoon men 't las
Doch keezen zijn honden, al willen zj *t niet weten,
£n dus natuurlijk van 't hondtjen gebeten.
Aan den maagdenroof
Was, naar ik geloof,
Weinig of niets te doen;
Daar moft oen juffrouw zijn in iedere famielje van fatsoen
En 't huislijk leven onder de Romeinen
Had, al gauw, zonder 't verschijnen
Van eenige vrijsters en maagdelijnen
(Uit de fraaie sexe, gelijk van zelf spreekt), moeten kwijnen.
Doch dit, zooals ik zei, is, naar ik geloof,
Hot eenig excuus voor den zoogenaamden maagdenroof.
Want 't was anders alles behalve comme il faut^
De buurt quasi op »twaalf blaadtjens en Lotto
»En naderhand een spulletjen Domino
»Met een keteltjen Bisschop of een glaasjen Cura^ao,
»En, tot slot, misschien, Patertjen langs den kant, of zoo,
»Familiaar" te inviteeren
En — terwijl de Heeren
Zich in 't lottospel amuseeren.
Of, voor *t eerst, rooken probeeren
Uit uw vreemde lange pijpen,
En 'tSabgnsche brein zich gek zitten to slijpen
Om die uitheemsche dubbele negens te begrijpen.
En met hun rug aandachtig naar 't »Patertjen" toe staan —
Dan de kat in den donker te knijpen,
En met de spinnende poesjes uit poeieren te gaan,
Dat stond u, qua Sabjjn, toch ook niet aan ?
't Was althans heel hatelijk voor de bloedverwanten,
Dat koekeloeren vooral van egaês en galanten.
Doch de kuikentjes, naar Stuart beweert,
Waren er nog al gaauw onder geresigneerd;