Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Kort begrip der Bomeinsche historie. 66
Maar had Caeaar, in plaats van te sneven,
Aan zijn gemalin gehoor gegeven,
Dan kon Caesar nog van zijn renten leven!
Op mijn woord! daar is
In die weergaesche geschiedenis
Niets dat niet hartverscheurend is.
Behalve, evenwel, dat lieve meisjen,
*k Wil 't kwijt zijn of 't Lactantia was of Lijsjen,
Maar ik voel dat ik bloos,
Op den naam van die lenteroos,
Die een gespeend vader in prison aan de borst verkwikt,
Tot de bejaarde zuigeling hikt
In *t gulzig zuigen, en zich verslikt.
Dit is een van de weinige oasissen, l)
Die een historisch reiziger verfrisschen
In deze historische wildernissen.
En, zoo hy by geval van speenen iets weet,
Wou hy wel dat zy 't voor lastige zuigelingen nog deed,
Vooral als er geen pap in huis is
En de bakker om 'thoekjen niet t'huis is.
Doch onder 't algemeen »moord" roepen en »brand,"
Van dees Jobsbode, met zijn bebloede Staats-Courant
In Zijn afgekapte hand,
Is er toch één passage potsierlijk amusant,
En daar ik my altijd om dood heb gelachen;
Ik meen, als Cornelia, de moeder van de Grachen,
Die famielje, weet ge, daar de Keezen zoo op prachen,
Hare vieze snotknaapjens, in hun morsige kleêren,
Die op school malkaer niet als kattekwaad leeren.
En 't gezag van den ondermeester reeds mineeren,
Aan een juffrouw uit Campania, die by geval komt dejeuneer en,
1) Zoo veel had de Schoolmeester nog van 't Grieksch onthouden, dat hy tenminste
geen oasen schreef, als onze hedendaagsche poëeten doen. De man zou 't woord ook
Biet verstaan hebhen.