Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
De fiofßj-veiling. 55
KOETSIER, van buiten.
Mijnheer, de paardtjens loopen reeds, om zoo te zeggen,
Als twee honden, die in de verte een been zien leggen.
Doch, als paarden betaamt van opvoeding en fatsoen,
Durven zy het natuurlijk zonder Mijnheer niet doen,
En staan ze dus hier te wachten als geduldige lammeren,
Tot UEd. en Mevrouw eindelijk gedaan hebt mot jammeren,
DADELPRACHT.
Vaarwel voor 'tlaatst, Euphemia!
MEVROUW.
Helaas! zy hoort u niet; zy is sprakeloos.
DADELPRACHT.
Vaarwel I
Ik retourneer ten spoedigste, anders genaamd snel.
TWEEDE TOONEEL.
(Het tooneel verbeeldt een fourgon.)
KOETSIER.
Mijnheer! hier ziet UEd. voortreffelijken haver;
En een halfuur verder zouden uw paarden zich kunnen vergasten aan klaver.
DADELPRACHT.
Andries I spreek my nu niet van paarden of klaverzaad.
Als ik aan Mevrouw denk, heb ik het waarachtig te kwaad.
Leg my dus de zweep nogmaals op de paarden,
En breng my ten spoedigste terug van de veiling te Naarden.
Inmiddels zoek ik mijn troost in een zoeten slaap
En steek gy uw pijp op, getrouwe en waakzame knaap!
KOETSIER.
Dankje, Mijnheer. Ik heb hier een pijpjen tabak,
Zoo goed als de Koning zijn hand ooit in Z M. mond stak.
En zoo je nu niet met de équipage te Naarden bent,
Eer je nog droomt dat je in slaap valt, zeg dan maar dat Andries zijn
paarden niet kent.