Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
De koffij-veiling, 51
DADELPRACHT.
Wel, Andriefl, is alles klaar ?
KOETSIER.
Meer dan vaardig, mijnheer I en is het mooiste spulleyen met mekaér,
Dat een blindeman zou kunnen zien tusschen Amsterdam en Alkmaar,
De paardjens, mijnheer, zijn zoo levendig als Engelsche hansworsten.
En zouden terstond met UEd. op hol gaan, hoe zy namelijk dorsten.
Doch dat is eigenlijk minder; want Andries zit niet voor niet op den bok,
En ZEd. daar zijnde, bennen ze zoo mak als opgezette leeuwen in een
duivenhok.
Enfin, eer mijnheer zijn neus maar eventjes kan snuiten,
Is hy reeds vertrokken en te Naarden geweest en zit hier weêr buiten.
Zoo heeft hy toch waarlijk dubbel plezier
Van zijn twee paarden en zijn knappen koetsier.
DADELPRACHT.
Ik ben altijd over uw diensten tevreden geweest; doch hebt gy wel ge-
rekend op een lange voyage?
KOETSIER.
Ik heb, net als de Franschen, moed voor alles, mijnheer, of, zoo als we
't onder ons noemen, courage,
DADELPRACHT,
Is het rijtuig, enfin is alles in orde?
KOETSIER.

Mijnheer, alles is pront.
DADELPRACHT.
Dat mag ik hooren: zoo vertrekken wy maar terstond.
Maar ä vropoa^ over 't uithalen ?
KOETSIER.
Mijnheer, de natuurlijke historie
Van 't uithalen weten de dieren zoo goed als ik, en dat by memorie;