Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
JJe koffij-vettuty. 49
Zgn boodschappen doet hy doeltreffend en spoediir.
En voor de kinderen (die ik tusschen twee haakjens nog niet heb) ishy
Enfin hy is een kontelyRe knecht: zeer goedig:
En dat is tegenwootdig al heel veel gezegd.
KNKOFIT, komt terug.
Mijnheer I de schuit en den schipper zijn compliment:
En sints de spoorwegen is zoo iets als een trekschuit niet meer bekend;
De j'ager en zijn paard hebben zich gisteren verhangen,
En de schipper staat snoek te visschen, die hij wel nooit zal vangen.
Om kort te gaan, mijnheer, met de schuit.
Kunnen wy gerust zeggen : c'est finiy of: is uit.
DADELPRACHT, peimend,
't Is waar, in mijn alleenspraak, anders genaamd conversatie.
Dacht ik waarlijk niet aan deze moderne innovatie.
En had ik vergeten, dat men niet, gelijk te voren.
Zich tegenwoordig kan op reis begeven zonder sporen,
En dat het breken van de lijn of de val van een paard
Op een ijzeren wagen noch oponthoud, noch confusie baart.
Ik dacht aan mijn geluk met mijn gemalin, anders genaamd mevrouw.
Aan mijn wederzijdsche genegenheid en haar réciprogwe huwelijkstrouw.
En hoe ik, om zoo te spreken, nog eens vader zal zijn in *t verschiet,
Wanneer een zuigeling ons zijn kinderlijke caressen biedt;
Doch aan 't verdwijnen der trekschuiten dacht ik, helaas I niet.
Welaan, Jan 1 spoed u dan maar naar den koetsier,
ßreng hem terstond met de noodige équipage hier;
En dat hy zich met langen zweep en dikken kraagjas versier.
En verder met mijn fourgon en twee makke paarden.
KNECHT.
Terstond, mijnheer. — En hier is een brief voor mijnheer, van Naarden,
Waar de telegrafische postkoerier van Amsterdam,
Juist op 't moment in de afgeschafte trekschuit meê kwam.
DADELPRACHT.
Wat een Amsterdamsch koopman altijd onderscheidt
GEDICHTEN V. D. SCHOOLMEESTER. 4
sa