Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
44 Sic tra»j.Sit.
Door een natuurlijken dood om 't leven gebracht,
Dan wel met mijn voorzaten te sneven
Als men nog jong genoeg is om zijn gouden bruiloft te beleven.
Naardien ik onderstel, dat gy allen met my
Op dit punt van 't zelfde gevoelen zijt, zoo ben ik nu zoo vry,
Om u in dit critique moment mijn directie te geven,
Hoe gy 't stellen moet, om, na verslagen te zijn, het nog te overleven.
Dc onderstel b. v. drie van jelui, of zes.
Zijn sterk door den vyand bezet: wel, dan huurje terstond een kales
En eer zijn paarden de uwe met list om kunnen koopen,
Kan je immers gemakkelijk in je rijtuig je vyand ontloopen ?
Of, ik wil eens stellen, je staat te schilderen en houdt de wacht,
En daar komt een vyandehjke scherpschutter aan, met een bril (want het is
nacht);
Je denkt dus: »ik moet uit den weg gaan of ik word omgebracht;'*
Heel goed; dan hebje maar subiet, en zonder te dralen,
Het noodigo schrijfgereedschap voor den dag te halen
En je schrijft een briefjen van dezen inhoud in je schilderhok:
»Mijnheer de kaptein! neem niet kwalijk zoo ik van nacht vertrok;
»'t Is om dat ik mot den telegraaph de bedroevende tijding heb vernomen,
»Dat mijn peetoom de kinkhoest heeft en ik onmiddelijk t' huis moet komen.
»Ik hoop, dat de temporele absentie van oen getrouw trawant
»Geen detriment zal doen aan ons wiegjen (ik meen, het vaderland);
»Doch 200 de vyand mijn schilderhuis soms in mijn absentie zou willen
slechten,
»Heb ik er mijn geweer in achter gelaten om Zgn Ed. te bevechten.
»Ik verblijf, waarde kaptein van de kavallerie,
Ȇw bestendige dienaar en ami,
»Ahazuerus, korporaal by de genie." —
Doch nu wil ik eens veronderstellen.
Dat een bataillon équarré en échelon u komt kwellen,
En dat ik, om zoo te spreken, tot u zeg:
Poê de charge! val aan, tot den vyand in *t voetpad leg:
Wel dan roepje maar dood eenvoudig onder 't chargeeren r
»Veel beminde vyand en andere militaire beeren I