Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
84 De boterham en de goudzoeker.
>Zeg, is dat gezanik daar boren haast uit,
»Met huilen verschietjo maar nutloos je kruit,
»Zoo Jantjen niet oppast, mist Jantjen de schuit,
»En wy zijn nog twee uren langer gebruid
»Met onzen geknevelden huwelijksspruit;
»Want de bel heeft al tweemaal voor de afvaart geluid/'
Zoo sprak hy, en ik zei: »dag Vader, adieu!"
»Nou! niets van je Fransoh hier,*' zei Vader: »mosieul
»Blijf my maar van 'tlijf met die uitlandsche zeu
»En zeg op zijn Ilollandsch eenvoudig : hadie I
»En kom je nog eens weer op Overschie,
»Dan hoop ik, dat ik je in je rijtuig er zie,
»Met een dubbelen, dikken boterham;
»Want anders waar 't best, dat je nooit hier weêr kwam,**
Ik had in de reis volstrekt geen zin;
Doch de Schipper riep luid: »kom, maak een begin.*
En zoo, stapte ik de schuit en do waereld in.
Maar eer ik nog was aan den Leydschen Dam,
Toen dacht ik reeds meer aan dien boterham.
Dien ik, in de gedaante eener schatrijke vrouw,
Aan mijn Vader, by 't keeren eens brengen 20Ü,
Dan ach I aan de tranen van teederheid,
By 't afsoheidnemen door Moeder geschreid.
In de roef vond ik daadlijk een meisjen, dat,
Op liefde prat,
Zoo aardig en poezelig by my zat.
Dat ik Vader zijn boterham byna vergat,
Wanneer ik gelukkig een waarschuwend blad,
Een naamloos briefjen, van Vader bekwam.
Waaruit ik de droevige tijding vernam.
Dat ze een weesdochter was zonder boterham, -
Dat doofde zoo aanstonds mijn liefdevlam,
Zoodat ik subiet van haar afscheid nam