Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
32 De schipbreuk.
K
Duikelt over zgn boegspriet als een bezopen snip;
Terwijl men de reizigers, die op de biertonnen of roeispanen drijven,
Ziet denken: »ik zal het nu maar aan mijn famielje schrijven."
»Is er,'* vraagt een ouwe juffrouw, »hier geen stal in de buurt
»Ja well" antwoordt de koksmaat: »maar al de rijtuigen zijn verhuurd I"
In dit plechtig oogenblik laat de Kapitein den Stuurman komen
En vraagt hem ronduit, of hy ook al te met iets van een storm heeft ver-
nomen,
Waarop laatstgenoemde antwoord geeft met een zucht,
Dat er wel wat van aan schijnt te zijn, volgens het algemeen gerucht.
Eindelijk komt men op een onbewoond eiland aan, *s avonds heel Iaat,
Als men kan opmaken uit de torenklok, die kwart over elven slaat.
Doch de Kaptein stuurt terstond een lief hebberyknecht aan den Magis-
Met zijn complimenten, namelijk om assistentie en raad. traat,
Deze laat hem echter per omgaande weten,
Dat het hier een uitgestorven eiland is, zonder een enkel ingezeten
En dat, aangezien er geen contribuablen meer bestaan,
De magistratuur, mitsgaders do kommiesen, maar naar huis is gegaan.
Na ontfangst van dit bericht roept de Kapitein
Do reizigers byeen, en vraagt, of allen tegenwoordig zijn, groot en klein.
Waarop een ieder voor zijn beurt antwoordt: »allen" —
Behalve de zuigelingen, die zeggen: »wy zijn in slaap gevallen.**
Hierop bouwt men met de verloren zeilen een tent
En geeft een hamer aan den Kaptein, die zich benoemt tot president.
En de vergadering dus aanspreekt, met een witten das en overend:
»Telgen en nakroost," zegt hy, »van een en hetzelfde voorgeslacht I
»Wy moeten hier handelen als mannen of wy worden om zeep ge-
bracht.
»Zoo wy hier al op droog staan, wat kan ons dat helpen ?
»Wy "worden eerst door de leeuwen opgegeten en vervolgens door hun
welpen,
»Die 't voorbeeld van hun ouderen, thans op ons hevig verbolgen,
»Natuurlijk, als zy groot zijn, wel zullen volgen.
»Ik vraag dus het gevoelen van al wie zich hier bevindt, klein of groot,
»De afwezigen uitgezonderd, benevens den zuigeling en zijn tijdgenoot,
»Wat of wy onder deze omstandigheden moeten verrichten;