Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
ó()
De schipbreuk.
Al zag uipii er juist niet veel boekweitvelden HtmiD of meisjens werken in't
hooL
Men zeilde lekkertjens voor den wind en het zeil had kreukel noch
plooi.
Ja het ging zóó gaauw, hoorde ik mijn kleinzoon dikwijls getuigen,
Dat een stoomboot op stapel er gerust een punt aan had kunnen zuigen.
De zon liet, als een koningskaars, haar verkwikkende stralen
Op de kruinen onzer zweetende reisgenooten nederdalen.
De Stuurman alleen keek nu en dan bedenkelijk naar den meridiaan,
Als of hy wou zeggen : «daar is een luchtjen aan:
»De wolken worden in 't Westen hoe langer hoe dikker.
»Daar is zeker iets, dat ik niet noemen zal, aan den knikker.
»Het wordt zoo donker, en spoedig zal ik misschien
»De punt van mijn eigen neus, laat staan die van 't schip, niet meer kunnen
»Als de wind niet spoedig verkiest te draaien, zien.
»Dan gaan we allemaal en compagnie naar de haaien,
»Net als op mijn eerste reis naar Sourabaaien.
»Ik wou, dat een vyand zijn schip ons maar kwam praaien,
nik heb het land — of liever, ik wou, dat ik het land had:'t ziet er smee-
rigjens uit:
»Kijkt voor de liefhebbery eens, hoe dat zwerk daar kruit,
»En hoort me dat concert eens aan, dat door de zeilen fluit,"
En zoo slaat de windzak door, vijf honderd uit;
Doch de Kapitein en de overige passagieren,
Benevens de onvernuftige huisdieren,
Zaten net zoo gerust als in een wagentjen van vieren.
De Kapitein — dit dient hier en paasant wel te worden vermeld —
Want op een zee-voyagio is de kapitein oigentlijk de Ulysses of de
Eneas, enfin de held —
Was om de waarheid te zeggen een oude stoffel.
Die nooit een laars aantrok als hy kans had op een pantoffel.
Voor 't overige was hy een vrijgezel van vier voet hoog.
Die een anker op zijn rechterarm droeg — namelijk het portret daarvan,
zoo men my niet bedroog —
Benevens een strontjen op zijn rechter oog.
Doch de Stuurman was iemand met merg in zijn knokken,