Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
w^mmmmmm
Hrneve van dichterlijke vlucnc. 30
Voelt zich de hofstoet naar Latone heengedreven,
En naakt op luchten wiek het uitgespreid verdek
Van 't half ontworpen en nog pas voltooid 'vertrek.
Hier zat de minnaar, aan Latone's zij gezeten.
Die sluim'rend, in den slaap haar onspoed had vergeten!
Het oog gesloten, zag haar blik verbaasd in 't rond,
Toen in 't ontplooid verschiet haar noodlot vóór haar stond.
Een schucht're Zeemeermin, met leliën en rozen
Doorweven, zag Latoon van zoet verlangen blozen;
En, denkend aan haar' plicht, en aan dien plicht getrouw,
Spreekt zy d* orakeltaal van 't vorst'lijk hofgebouw:
»Aanminnige! in wier schoot het knaapjen ligt gedoken,
»Wiens engen kerker nog geen straal hoeft doorgebroken
»Van 't levenkweekend licht: het sluimert nog gerust
»Van lot en waereld, ja, van 't aanzijn onbewust!
»Reeds slaat do wraak het ga, en drijft op vleêrmuis-wieken,
»En wacht met helsche vreugd op 't eerste morgenkrieken,
»Wanneer do levensvlam het wordend wicht doorgloeit,
»Gelijk de dauwdrop in 't ontluikend roosjen vloeit!
»'t Is Juno die, van spijt en felle woede aan 't blaken,
bU zelfs één handbreed gronds op 't aardrijk wil ontschaken,
>En 't kroost, in dart'le min en overspel geteeld,
»Met haar Godinnen-vloek en wraak-herauten streelt;
»Maar, giijze Zeegod nam uw kroost in zijn bescherming,
»(Als 't aardrijk u verstoot, toont zelf3 de zee ontferming,)
»Bestijg de nacht-kales, bekliai haar ingewand,
»En vlieg, langs 't bleek arduin, naar Delos groenend zand.**