Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hrneve van dichterlijke vlucnc. 26
Ontzet en schudt hy, als zijn voet hun bodem drukt,
Of d' adem van zijn borst zich uit zijn kerker rukt:
Zijn wenkbraauwbogen zijn twee blozende amberkringen
Met vloeiend goud doorstroomd, die d* oogeloên omringen,
Terwijl een starrenkroon den schedeltrans bedekt
En stralend ethervuur hem aan elks oog onttrekt.
Zy ziet hem, en haar kracht begeeft haar onder knielen,
Zy voelt een wond're drift, iets godd'Iijks haar bezielen;
Zy ziet hem, en de gloed van 't uitgebleekt gelaat
Voorspelt aan 't smachtend hart den schoonsten dageraad
Terwijl het ongeduld (dat knabbelt op den kluister,
Die 't Heden scheidt van 't geen de toekomst nog in 't duister
Van 't Niet verborgen houdt) naar 't wordende gesprek
Met tijgerklaauwen grijpt en opgesparden bek.
»Aanminnig pronkjuweel," (dus vangt hy aan te spreken,)
»Van *t aardrijk I by wier glans en zon en maan verbleeken,
»Die met den rozengloed van 't goudgeel kweekend hoofd,
»Gelyk het tweespan d* aard, zoo 't hart uws minnaars stooft!
»Ook ik voel 't sloopend vuur in d' enge borst ontbranden.
»Door schicht op schicht gewond, met nagelscherpe tanden
»Voel ik my 't smeulend hart van een gescheurd. Geen rust,
»Geen laafnis lacht my toe aan hooger hemelkust,
»Waar ik u derven moet! Neen, aan uw' borst te minnen,
»Uw al te zijn, zegt meer dan een Olymp te winnen!
»Om u versmaadde ik wat de Hemel kostbaarst biedt,
»*k Verliet om u den troon van 't opperste gebied,
»Het land van Ambrozijn, doorstroomd met Nectarbeken,
»En *t geurige gewest der Elyzeesche streken;
»Om u ontvlood ik d' arm van 's Hemels Koningin 1! I....»
»Val aan dit kloppend hart en voel of ik u min."
Gelijk een stormwind, die, in 't Westen losgebroken.
De golven breekt en schudt, de zee van spjjt doet koken,
Het zwerk van één scheurt, dijk en dammen openspart.
En 't aardrijk trillen doet, zoo zinkt zy aan zijn hart