Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
PROEVE VAN DICHTERLIJKE VLUCHT,
(Fragment van een uitgebreider dichtstuk, getiteld Apollo.)
Hippokreen vloeit overal,
Maar dat vreesselijk geflodder
Maakt ons halve land tot modder,
En, ik vrees, tot varkensstal.
Bilderdije.
't Gaat wel I ik voel mijn borst, het aardsch gewelf ontvaren,
Op Godentoon gestemd, Homerus evenaren!
Ja I 'k zing dien Phebus, wiens vergulde zonkaros
Den Ether-trans ontgloeit en hult in zilv'ren dos!
Die 't schuimend tweespan ment langs Amethysten banen,
Met Hermelijn omzoomd, de kristallijnen tranen,
Aurora's oog ontglipt, in gouden schalen vangt,
Wanneer zijn gloeiende arm het nachtfloers openhangt I
De starren vlieden heen — als tamme Philishjnen,
Wanneer de vijand naakt, met hazen-spoed verdwijnen —
En tuimelen door een in 's afgronds duister krot,
Wanneer hy *t zwerk beklimt als lichtverspreidend God I
Hem dekt een gouden lier, uit blank albast geweven,
Met ambrozijn doorstikt en paarlen, onder 't zweven.
Do wolken smelten by zijn aanblik; *t windenheer
Krimpt op zijn wenk zich zaam of raaskaalt over 't meer.
Het Oost schalmeit hem na met rozen op do wangen,
Daar hem 't gegeluwd West als ega mag ontfangen.
De maan, zijn broeder, bleek van opgekropten spijt.
Dat hij den voorrang mist, ging kleur en verwen kwijt.
En dwaalt, als 't rimp'lig spook in holle najaarsnachten,
Langs 't broederlüke 8i»nnp. pt> put zich uit in klachten.