Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
EPISCHE POËZY.
De vier dichtstukken onder deze rubriek mogen met het volste recht
tot het Epische genre gebracht worden. Immers het eerste, dat tevens
als des dichters eerf?teling mag worden aangemerkt, daar het reeds in
den Leydschen Stiidcnron-Almanak van 1830 werd opgenomen, is het
fragment eener Theo;;i)!iie; in de beide volgende worden Odysseen of
zwerftochten, te zee en re lande, beaclireven; terwijl het vierde een toe-
spraak behelst van een veldheer aan zijn dapperen, hoedanige wy die
in pnderacheidenc heldondicliten, als in de Ilias, de Eneïs, het verlost
Jeruzalem, het verloren Paradijs, de Henriade, den Ondergang der eerste
Wareld, enz. enz. meermalen aantreffen. Weinig of niets heb ik daarbij
aan te teekenen, als alleen dat, zoo het verhaal getyteld »de f^oterham"
naar des lezers oordeel misRchien wat te onverwacht en te ahrwpi eindigt,
dit daaraan te wijten is, dat do dichter niet by machte is geweest er de
laatste hand aan te leggen. Uit losse fragmenten en ruwe schetsen, onder
zijne papieren gevoïnlen, en waarin hy, onder meer, den goudzoeker
voorstelt, na zijn t huir- komst het kerkhof bezoekende, waar zijn moeder
begraven ligt, is my gebleken, dat het zijn bedoeling was aan het ver-
haal een meer treffend en aandoenlijk slot te geven, waardoor de zede-
lijke strekking beter ware uitgekomen. Misschien echter zullen sommi-
gen onder mijn lezers van gedachten zijn, dat juist dat abrupte van het
elot iets treffends heeft, dat tevens stof tot nadenken verschaft en daarom
te meer voldoet aan de eischen der poëzy, volgends welke deze, vooral
waar het op de schildering van roerende toestanden aankomt, niet te
ver moet uitweiden, maar veel aan de verbeelding en overpeinzing van
gevoelige zielen over laten: naar hetzelfde beginsel, volgens 't welk de
kunstenaar der oudheid Agamemnon by de offerande van zijn dochter
Ifigeen voorstelde met gesluierd gelaat.
V. L.