Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Iet9 over den »cnr^ji'' r r-n :i)h liichtfrant. 17
Wanneer wy nu de zorg overwegen, waarmede hy zijn vaerzen bewerkte,
beschaafde, en herhaaldehjk met een versch oog overzag om ze van
gebreken te zuiveren, dan zullen wy er ons te minder over verwonderen,
dat alle navolgingen van zijn dichttrant, welke men ten onzent heeft be-
proefd, zoo jammerlijk zijn mislukt: gewis dachten zy, die zulks onder-
namen, dat het genoeg was, eenige burleske beelden en tegenstellingen
in mateloos rijm te brengen, om den Schoolmeester op zijde te streven.
Zy wisten niet. dat daartoe meer, oneindig meer behoort: dat men, om
dragelijk te zijn in een dichttrant, die, zoodra hy niet op voortreffelijke
wijze behandeld is, onuitstaanbaar wordt, in de eerste plaats moet be-
deeld zijn met echte luim en levendige verbeeldingskracht; dat men
ten andere naauwkeurig op den vorm moet letten, en dat men ten derde
zoo zeer niet meester over een school behoeft te wezen, als meester over
de taal.
En dio meesterschap over de taal is, onder al de hoedanigheden die
een dichter moeten vercicren, misschien degene, welke wy by Van de
Linde 't meest te bewonderen hebben. Onverklaarbaar is het my meer-
malen voorgekomen, hoe iemand, die jaren achtereen in een vreemd land
geloefd had, er burger geworden was, nimmer dan by de zeldzame over-
komst van Hollanders gelegenheid vond Hollandsch te spreken, en *t
zelfs maar zeer zelden las, niet alleen de boekentaal van zijn Vaderland,
maar vooral en by uitnemendheid de levende volksspraak met al haar
eigenaardighedon on schakeoringen had weten machtig te blijven. Ik moet
bekennen, dat hy ook te dien opzichte hot standpunt van 1834 niet ver-
laten had, en zelf er voor uitkwam, dat hy hot Nedorduitsch van vele
na dien tijd opgekomen schrijvers niet verstond.
Diezelfde juistheid van uitdrukking, datzelfde gemak om overal 't ge-
paste woord te kiezen, dat afzijn van alles wat naar anglicismen of andere
»iKmen" zweemt, — in een woord, dat echt Hollaiidsche van taal en stijl,
'twelk zijn gedichten kenmerkt en waaraan zy ongetwijfeld grootendeels
hun populariteit verschuldiü^d zijn, kenmerkte insgelijks zijn proza. On-
gelukkig zoü het bewijs hiervan alleen kutmen geleverd worden door
de uitgave zijner brieven Die brieven waren voor hem die ze ontfing
niet minder onderhomlend dan zijn gedichten; doch zy zijn, ten gevolge
van den inhoud, die óf ovor zaken van persoonlijk of tijdeliik bi'hiijg
loopt, óf uit aardigheden bestaat, waarvan het zont crooteiuJeuls voor
GEDICHTKN V, D. SCHOOLMEESTER.