Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
18 Iets over den schrijver en zipi dichttrant.
iets daarvan in 't licht te geven: zoo hy daartoe is overgegaan, is niet
geweest dan ten gevolge van aanhoudenden aandrang van mijne zijde,
en, wanneer ik in aanmerking neem, dat hy de vruchten van zijn geest
uitsluitend aan den almanak »Holland" heeft afgestaan l), dan kan ik
niet nalaten, met een gemengd gevoel van dankbaarheid, trots en wee-
moed de overtuiging te koesteren, dat hy alleen om mijnentwille zijn
bescheiden schroom overwonnen en 't zich getroost heeft, hoezeer dan
naamloos, als dichter op te treden.
Maar al was eenmaal het ijs gebroken, hot kostte nog telken reize
evenveel moeite, iets uit zijn handen te krijgen. Nimmer dan met tegen-
zin scheidde hy van zijn papieren kinderen, die hem altijd voorkwamen,
nog niet in een toestand te zijn, geschikt om ze aan *t publiek te ver-
toonen. En was hy eens — en wel doorgaands als de nood aan den man
en do almanak bijna afgedrukt was — er toe gekomen, my de kopy te
zenden, dan ging er, van dat tijdstip af schier geen dag voorby, waarby
ik niet een brief van hem ontfing, deze of gene verbetering of variante
voorslaande, ja somtijds het veranderen van een enkel woord. En, was
eenmaal de almanak afgedrukt en in de waereld: wee my dan, indien
ik by de korrektie een enkel abuis van den zetter over 't hoofd had
gezien! De brieven van Rousseau aan zijn uitgever Rey — dat belang-
rijk geschenk, onlangs door mijn geachten vriend Bosscha aan de letter-
kundige waereld gedaan — geven staaltjens van de kitteloorigheid des
beroemden Geneefschen schrijvers, en van do alles behalve malsche wijze,
waarop hy den Amsterdamschen boekverkooper kon doorhalen over de
minste drukfout; — ik zou dergelijke staaltjens kunnen aantoonen van de
kluchtige verbolgenheid van mijn vriend ter gelijker oorzake.
Ik kon echter niet nalaten die ontevredenheid verschoonbaar te vin-
den by iemand, die, maar zelden of nooit iets hebbende laten drukken,
nog niet gewoon was geraakt aan die kleine tegenspoeden, door slordige
korrektiën berokkend, en die bovendien te geriugen dunk had van zijn
dichtvruchten om zich niet te beklagen over misstellingen, die nieuw
voedsel aan de kritiek konden verschaffen.
1) Ik spreek hier alleen van de gedichten, door Van de Linde in Engeland gemaakt.
Gedurende zgn verblijf te Leyden had hy in den Stndenten-Almanak, waarTjin hy mede-
redacteur was, ettel^ke gedichten, hoezeer dan zonder z^n naam geplaatst. Twee daar-
van heb ik in dezen bundel opgeootn^u