Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Staattjèns van ydelheid. 163
B.
Dat 'b mooglijk ; maar ik kau toch niet zeggen dat ik er veel van hou,
En als ik toch met mijn boenen werken moet,
Ga ik wal my betreft liever heelemaal te voet.
A.
Ja 1 dat 's waar, knippen ts ook goed.
STAALTJENS TAN YDELHEID.
Nas poma natamuê.
Zoo hopen dwaze paardenvijgen,
Die, daar ze in 't stinkend stalvocht staan,
In hun vermeet'len drekhoop-waan
Hun afkomst onbeschaamd verzwijgen
En zweeren, dat ze uit zwemmen gaan,
Door al dat gaad'loos bluffen slaan
Tot hooger glorie nog te stijgen.
Een eeretytel te verkrijgen.
En, recht men 's Landheers bruiloft aan,
Als app'lcn op 't dessert te staan.
Zoo waant zich vaak 't bezopen veulen
Der ezelin een jeugdig paard.
En, zoo het do ooren en de staart
Slechts weg kan steken of verheulen.
Den hoogen prijs van 't strijdros waard.
Zoo laat een boer zijn nagels groeien.
En smeert zijn wonkbraauw met een kurk,
En steekt zich in een wijde jurk.
En draagt een staart, gelijk zijn koeien.