Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
De profundis.
Mijn zoon I indien men de Schutters uit
Dit oogpunt nu maar wil beschouwen,
Dan blijkt het terstond, hoe veilig men hun
's Lands defensie kan toevertrouwen.
Ja, wakkere Schuttei-s! zoo lang als gy
Onze grenzen verdedigt en kusten,
Zeggen wy, als wy 's nachts naar bed toe gaan,
Maar aan 't Vaderland : »u;eZ te rusten'^
DE PROFUNDIS.
Wat doolt ge alleen door 't boschjen
En krijt uw oogjens uit?
Lief kind! waar is uw blosjen?
My dacht, gy waart de bruid?,..
...Wat ziet ze er aaklig uit!
Haar kaakjes ingezonken.
Geen leven in haar lonken.
Geen roosjens om haar mond.
Haar lijfje gantsch geslonken.
En slechts haar keursjen rond!
Daar zit ze in 't doodsch vertrekjen,
By *t uitgeteerde vuur,
In *t koortsig morgenuur,
Met bleek en bibb'rend bekjen.
Op 't slaap'loos ledekant...
Getuige van haar schand,
Haar hand om 't lieve nekjen,
En over 't smartlijk plekjen
Haar andre lieve hand.