Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Barend de schuitpr. 149
»Van kindsbeen af leerde ik reeds : sta pal I
»Zoo U daarom thands wilt wachten,
»Wie eerst van ons twee uit den weg zal gaan,
»Dan moeten wy hier maar vernachten/'
De vyand, sprakeloos op deez' taal,
Met zijn paard in mijmring gedompeld.
Roept luid: »je me rends^ tout perdu fors Vhonneur:
»Je me rends, sapristi, overrompeld.
»Wat baat hier borstplaat, wat heimetÎ
»Wat snaphaan met twee loopen*?
3Je mors plutôt vrijwillig in 't zand,
»Dan mijn leven zoo duur te verkoopen.
»Doch neen : laat naar uw beau pays
»Me als krijgsgevangen verzenden :
»jS'i/ est vrai dat nooit geen mensch daar sterft, *)
»Zal ik gaarne mijn daagjens er enden."
Gelukkig was *t voor 't Vaderland,
Dat ze aldus tot een schikking het brachten.
Daar de vyand met zijn bloeddorstig korps
Onzen Schutter reeds op stond te wachten :
£n, eens de grenzen gepasseerd.
Wat ijslijk bloedvergieten!
Wanneer had zoo'n korps ooit basta gezeid!
Wie kan, Jaspers! een pijl hierop schieten?
Ons erf, mijn kind 1 ware eerst verwoest :
Wy vervolgends vermoord als slaven :
Onze zusters verkocht, onze nichtjens geveild.
En wy eindelijk lovend begraven.

1) In den oaden tqd werden gezonde krygagevangenen nataurl^k zeer ond: 't geen
li«kt dit dwaalbe^ip heeft kannen doen ontstaan. N. v. d. S.