Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
De hond, 141
Op het stelen der beschuit, zoowel
Geheel als gedeeltelijk te beletten;
Waarom zol^ men hem toch anders op schildwacht zetten?
Hektor begreep dit ook zeer goed,
Beter dan menig ontfanger of eerste minister het doet,
En hy had, op zijn best, een kwartier of zoo te schilderen gestaan,
Of daar komt, in 't verschiet, by het licht der maan,
Een jonge Kees met de hondeziekte aan,
En regelrecht (dat 's zoo klaar als eon klontjen)
Op de beschuitmand af van ons waakzaam hondtjen.
»Ott» viveT blaft Hektor met een stem als een sergeant-majoor;
»Of versta je altemet geen Fransch, en ben je doof aan dat oor,
»Dan vertaal ik't in: wie daar;,,, in allen geval je komt er niet door.*'
Doch Keezen, verhit op roof.
Zijn gewoonlijk Oostindisch doof:
»Ja wel, sla maar door, krullebol," zegt deze, en met hair en huid
Verdonkeremaant hy de mand beschuit.
Om het kort te maken.
Het loopt op bakkeleien uit en Keesjen krijgt laken,
Slaat aan *t janken en andere muziek
En schuurt op drie pooten zijn piek.
Doch, terwijl Hektor n®. 1 dus op doet dansen.
Zit no. 2 reeds by de mand te schransen ....
En Hektor staat verstomd, met zijn handen op zijn rug:
Want daar komon bovendien twee manke Moppen over de brug.
Mede rechtstreeks aan op het snoeperijtjen.
Beiden natuurlijk met een keezen-appetijtjon,
En steken het delikaat gebak
Dadelijk in hun mond, by gebrek van een zak.
»Weet jo wat/* zegt Hektor, »plaatpoetsen zit niet in mijn aart,
»Want ik heb een oudste dochter die als waker op den beurtman vaart-.-
»Maar één tegen vier is geen partuur,
»En daar is geen hond in de gansche natuur,
»Noch in de Vereenigde Nederlanden,
»Die een mand levensmiddelen beschermt tegen zooveel keezentanden.
»Doch ik heb nog één middeltjen in petto,