Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
J
138 De mop en de Keen.
't Was oen Reus kortom,
Zoo groot als 't raantjen van dUtrechtschen Dom,
Vooral als hy op zgn teenen klom. —
Dooh hier zegt een leerzame knaap: »Ik weet niet waarom
»Een vlooi den Makelaar groot noemt en de Reus noemt hem klein."
Wel, omdat Makelaars kleiner dan een Reus en grooter dan vlooien zgn;
Want alles, zie je jongelief!
Is in de Natuurlijke Historie relatief:
Dat spreekt als een brief.
DE MOP EN DE KEES.
EEM FABEL.
Wie *t onderst uit de kan begeert,
Heeft aoms aan *t lid zi^'n neus bezeen
escabboücle
Heu etirpem inviaamt
Een mooie Mop,
Zoo vlug als een barbier in galop.
Pas uit den dop,
Met een beeld, een knop
Van een neus, — »net natte drop."
Zei de hondendoctor: »en een tong als aalbessensop," —
Enfin, een wassen pop
Van een jongen Mop,
Lag voor de deur, in een geel envelop.
Met zijn nieuwen staart onder zjjn arm, en zijn ooren op
En zoo deftig als een Aartsbisschop,
Maar zonder kraag om zijn krop,
In de zon een pamphlet te lezen