Boekgegevens
Titel: De gedichten van den Schoolmeester
Auteur: Schoolmeester, de; Lennep, J. van
Uitgave: Arnhem, Nijmegen: E. & M. Cohen, ca. 1900 *
13e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7995
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201826
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Gedichten (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De gedichten van den Schoolmeester
Vorige scan Volgende scanScanned page
Proeve van dichterlijke waarnemingen, 103
Geen baan of kippen heeft Tan doen;
Tenzij zijn kiesche dischgenooten
Zijn huisbak onbeleefd Terstooten
En 't ei verkiezen Tan het hoen.
Zoo ziet men eer een zvrerm van muggen,
Dan kemels met gebulte ruggen,
In zwermen vliegen om de kaars:
Zoo worden, aan den rand der slooten.
De reigers, met hun lange pooten.
Zeer zelden opgeslokt door baars.
Zoo is de zevende verdieping
Vry van verzakking en van zwieping.
Als men maar één verdieping heeft:
Zoo zal een eerlijk man zijn kiezen
Nooit op zijn derde jaar verliezen,
Als hy maar dertien weken leeft
Zoo zou ik byna durven zweren.
Dat kinders in de lange kleêren
Meest korter zijn dan hun japon:
Zoo slaat men aan een rieten hengel
Veeleer een worm aan dan een Engel;
Gesteld, dat m' Englen krijgen kon.
Zoo schenkt men zelden worst uit kruiken,
Of witten wijn uit palingfuiken,
Of rooden uit een leêge flesch:
Zoo snuift men zelden uit zijn schoenen,
En snijdt geen messen met kapoenen.
Maar meest kapoenen met een mes.
Zoo ziet men aan de onzichtbre transen
(leen raorgen-avond-weêrschijn glansen.
Geen regenachtig ijsgareel: