Boekgegevens
Titel: Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Pijkeren, J.
Uitgave: Zutphen: W.C. Wansleven, 1850
10e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7333
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201668
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( - ) .
5 L E S\
Daar zijii nog wel meer die-
ren , die ii^ ken, en die ons
nuttig zijn. Zal ik er eens
wat noe men ? Het paard, het
schaap, den hond, de kat.
Met het paard rijdt men; ook
bouwt men het land er mede;
het schaap geeft wol om ons te
kleeden; de hond past op de
die ven, en de kat vangt mui zen.
Mag ik wel een dier ter gen ?
6 LES,
jMiju broer hoeft ecu boekje, daar
by iu ge leerd heelt, toeu hij nog
naar de school ging. Haad eeus,
wat daarin slaat? Üaar slaat een
versje in vau Kees, ik kau het
wel va» bui ten ; hoor maar :
Woet te Kees Tond in het pUgin
Van het weer loos dier be ha gen ;
Maar tija Va der, die het u;;
Hifp : » 't is ook door God s« »'^ha pen
» O Ver geet uiet, wrce de kna pcii.'
» D»l jftn hand litl .M-hcnilen tiVv"