Boekgegevens
Titel: Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Pijkeren, J.
Uitgave: Zutphen: W.C. Wansleven, 1850
10e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7333
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201668
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( )
4Ó L E 6'.
Zie den armen Kees eens
hui len. Weet gij wat hem
seheelt? Hij heeft nog niets te
e ten ge had. Zij ne moe der had
geen brood in huis. Dat spijt
mij van Kees* Had ik het ge-
we ten , ik zou de mijn' hal ve
bo ter ham be waard, en die aan
Kees gegeven hebben. Wacht
zeide /fl/2, ik wil er een gaan
ha len, en ge ven die aan Kees*
Is dat niet goed jongens?
46 L E S,
Jan liep uaar huis, zoo hard
hy maar loo pen kon, en vroeg zij-
ne moe der om ee ne bo ter ham voor
Kees, Zyne moeder gaf hem die,
eu het duurde niet lang, oï Jan
kwam terug, met eene goede dik-
ke boterham, en gaf die aan Kees,
O , wat was Kees blij de ] Die bo-
ter ham smaak te hem zoo lek ker.
Gij moest hem eens heb ben ïien e ten.