Boekgegevens
Titel: Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Deel: Eerste stukje
Auteur: Pijkeren, J.
Uitgave: Zutphen: W.C. Wansleven, 1850
10e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7333
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201668
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leeslesjes voor eenigzins gevorderde kinderen, ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
( » )
11 L E S,
Zie Mietje eens, hoe zij
leert. Zij kijkt niet eens op. Als
dat zoo gaat, zal zij spoedig
weer een an der boek krij gen.
ik geloof dat zij ons al Ie voor-
bij leeren wil. Meen, Mie tje^
dat gaat zoo niet. Ik wil ook
mijn best doen. Kom, lustig
aan het lee ren Ik wil niet weer
op kij ken, voor dat ik dit les je
goed lezen kan,
12 LH S.
Zie zoo, dat is goed ge gaan.
Ik heb mij ue les ge kou iieu. De
meester heeft my geeu woord ge-
zegd. Gij hebt braaf opgepast,
zei de de mees ter. Het is toch
goed, als men zij ne les leert.
Heintje, die altijd rond kijkt
en niet leert, heeit ha re les uiet
ge kon nen. Ifoc koml dat ?