Boekgegevens
Titel: Uit de portefeuille: leesboek voor de lagere school (het negende der eerste serie)
Auteur: Oostveen, W.F.
Uitgave: Purmerend: J. Muusses, 1890
6e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7061
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201561
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Uit de portefeuille: leesboek voor de lagere school (het negende der eerste serie)
Vorige scan Volgende scanScanned page
78
liaarfijn niet vertellen; dooh als je het voornaamste maar
begrijpt, hé? De rest komt, hopen we, later. Komaan
dan maar," vervolgde oom, schoof zijn stoel bij den haard,
stak eene sigaar aan en begon toen:
„ Ons land, jongens, is, zooals je weet, eene constitutioneele
monarchie, dat wil zeggen: het bestuur er van is toever-
trouwd aan één persoon, onzen Koning, die evenwel niet
geheel alleen en naar eigen willekeur kan regeeren. IFet
Hoofd van den Staat kan onmogelijk alles zelf weten en
evenmin alles zelf doen. Hij heeft de hulp noodig van
bekwame mannen, die Hem dienen met hunnen raad , even
goed als van anderen, die in zijnen naam in verschillende
takken van bestuur werkzaam zijn. Natuurlijk zou het
ook niet goed zijn, als een land niet volgens vaste wetten,
maar vandaag zóó en morgen weer anders werd geregeerd.
Maar evenmin zou het goed zijn, als het Hoofd van den
Staat alléén die wetten kon vaststellen, daar één man
onmogeljjk de belangen en behoeften van een geheel volk
juist kan weten. Daarom deelt onze Koning de wetge-
vende macht met de Staten-Generaal, dat zijn de verte-
genwoordigers van het Nederlandsche volk, die middellijk
of onmiddellijk door dat volk zelf daartoe worden aange-
wezen. Geen wet is echter van kracht, dan nadat zij
door den Koning is geteekend. Al de wetten, die uitge-
vaardigd worden, moeten bovendien berusten op eene alge-