Boekgegevens
Titel: De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Auteur: Oostkamp, Jan Antonie
Uitgave: Deventer: J. de Lange, 1827
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 7035
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_201541
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De geschiedenis der Israëliten, na den dood van Jozua, gedurende het bestuur der Regters, tot den eersten koning Saul
Vorige scan Volgende scanScanned page
DER ISRAëLITKN. 7I
deel van den ftam N aft alt, zij was gelegen op
eenen heuvel, en van alle zigden verllerk; de
veldheer Jozua had dezelve bij het innemen
van Kanaan verwoest ,, maar door de nalatig-
heid der Israeliten iu het uitroeijen der vreem-
de volken , hadden de Kanadniten , die naar
Syrië en Fenecië geviugt' waren, zich weder
byeen verzameld, en ten Ipijt der Israeliten hun
vorig grondgebied hernomen en deszelfs hoofd-
ftad opgebouwd. De krijgsoverfte of opperge-
neraal van Jabin, was een zekere Sifcra ,
toen als een vermaard krijgsman bekend , en
woonachtig te Ilarozet, niet verre van de hoofd-
plaats des Konings. Onder dezen veldheer
ftond eene vreesfclijbe legermagt, gefterkt door
negenhonderd ijzeren ftrijdwagens, altijd op den
eerften wenk van hunnen bevelhebber tot den
optogt gereed; zoo dat de Israeliten niets tegen
zijne dwingelandij konden of durfden onderne-
men. Jabin wist zeer wel, dat de Israëliten
nergens banger voor waren , dan voor zijne
ijzeren ftrydwagenen , die overal verwoestingen
onder het krijgsvolk aanrigtten, voornamelijk
wanneer de paarden met fcherpuitftekende prie-
men, en de raderen met tweefnijdende zwaar-
den , aan zeisfens gelijk, voorzien waren. En
welk een verbazend aantal van deze moord-
tuigen bezat den geweldenaar! Mithridates
koning van Pontus had er honderd, en Da-
rius tweemaal zoo veel , maar J ab in telt
er negenhonderd ! Ook heeft men opgemerkt
dat in deze wagenen der Kanaäniten voor-
naamfte fterkte gelegen was, nademaal zij niet
I' magtig genoeg waren om eene talrijke ruitery
i in liet veld te brengan en te houjen.
E 4 Koos-